Strafrecht overig
Mishandeling door ander tegen benen te schoppen, art. 300.1 Sr. Beroep op noodweer, art. 41.1 Sr. Had hof…
Hoge Raad, 10 februari 2026
ECLI:NL:HR:2026:153 · Hoge Raad · 10 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-153
Zaakgegevens
Op 10 februari 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 februari 2026
- Datum publicatie
- 30 januari 2026
- Zaaknummer
- 23/04900
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:153
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mishandeling door ander tegen benen te schoppen, art. 300.1 Sr. Beroep op noodweer, art. 41.1 Sr. Had hof gelet op art. 359.1 (eerste volzin) jo. 358.3 Sv met redenen omkleed moeten beslissen op verweer van raadsman dat verdachte een beroep op noodweer toekomt?
HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof is van verweer van verdediging afgeweken door tlgd mishandeling bewezen te verklaren, terwijl deze beslissing in strijd met art. 359.2 (eerste volzin) Sv niet met redenen is omkleed. Hof had (i) feitelijke grondslag van beroep op noodweer moeten onderzoeken, (ii) moeten beoordelen of aan voorwaarden voor aanvaarding van verweer is voldaan en (iii) gemotiveerde beslissing moeten geven op verweer.
Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. mishandeling en strafoplegging. CAG (strekking): vrijheidsbeperkende maatregel m.b.t. contactverbod uitzonderen van vernietiging t.a.v. strafoplegging.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 13 december 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:4151Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 december 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1308Hoge Raad · 10 februari 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:153
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04900
Datum 10 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 december 2023, nummer 20-002352-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 7 subsidiair tenlastegelegde feit en de strafoplegging, met uitzondering van de vrijheidsbeperkende maatregel voor zover die betrekking heeft op het contactverbod met [betrokkene] , en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch teneinde op het bestaande beroep in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de verwerping door het hof van het beroep op noodweer.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.7 en 2.8.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 7 subsidiair tenlastegelegde en de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.