Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit diefstal, oplichting en witwassen (uitspraak hof uit 2009). Ontvankelijkheid OM…
Hoge Raad, 10 februari 2026
ECLI:NL:HR:2026:181 · Hoge Raad · 10 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-181
Zaakgegevens
Op 10 februari 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 februari 2026
- Datum publicatie
- 5 februari 2026
- Zaaknummer
- 24/03804
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:181
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit diefstal, oplichting en witwassen (uitspraak hof uit 2009). Ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering en verstekverlening. Beoordeling mogelijk gelet op ontbrekend p-v van tz. in hoger beroep?
Voor beoordeling van middel is het van belang dat HR kan kennisnemen van wat er tijdens onderzoek ttz. aan de orde is geweest. Uit de in CAG weergegeven brief (van griffier hof) blijkt dat p-v van tz. niet beschikbaar is in deze zaak. Daarom kan niet worden beoordeeld of middel terecht is voorgesteld en kan ‘s hofs uitspraak niet in stand blijven.
Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep (art. 432.2 jo. 511h Sv) en verjaring van recht tot tul van ontnemingsmaatregel (executieverjaringstermijn).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 november 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1007Hoge Raad · 10 februari 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:181
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03804 P
Datum 10 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof te Amsterdam van 10 maart 2009, nummer 23-000783-07, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat W.F.J. Kramer bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het hof Amsterdam opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof het openbaar ministerie ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard in de ontnemingsvordering en klaagt daarnaast over de beslissing van het hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen betrokkene.
Voor de beoordeling van dit cassatiemiddel is het van belang dat de Hoge Raad kan kennisnemen van wat er tijdens het onderzoek op de terechtzitting aan de orde is geweest. Uit de in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5.2 weergegeven brief blijkt dat het proces-verbaal van de terechtzitting niet beschikbaar is in deze zaak. Daarom kan niet worden beoordeeld of het cassatiemiddel terecht is voorgesteld en kan de uitspraak van het hof niet in stand blijven.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.