Strafrecht overig

Onderzoek Vidar. Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. uitvoer van amfetamine naar Denemarken en…

Hoge Raad, 10 februari 2026

Zaakgegevens

Op 10 februari 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 februari 2026
Datum publicatie
5 februari 2026
Zaaknummer
24/02694
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:187
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Onderzoek Vidar. Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. uitvoer van amfetamine naar Denemarken en Finland (art. 10a.1 jo. 10.5 Opiumwet), medeplegen uitvoer van amfetamine naar Finland (art. 2.A Opiumwet), eendaadse samenloop van deelneming aan criminele drugsorganisatie (11b.1 jo. 10.5 Opiumwet) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr) en medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.b Sr). 1. Gebruik van bewijsmateriaal dat (in)direct afkomstig is van ‘criminele burgerinfiltrant’ (A-4110). 2. Kon hof oordelen dat bij inzet van A-4110 is voldaan aan eisen die gelden voor inzet van criminele burgerinfiltrant? 3. Kon hof oordelen dat bewijsmateriaal dat is verkregen door inzet van A-4110 betrouwbaar is? 4. Kon hof oordelen dat (verklaringen van) getuige betrouwbaar zijn en gebruikt kunnen worden voor bewijs? 5. Kon hof oordelen dat sprake is van “buiten grondgebied van Nederland brengen” a.b.i. art. 1.5 Opiumwet?

HR: art. 81.1 RO onder verwijzing naar HR:2026:178 t.a.v. inzet van ‘criminele burgerinfiltrant’. Samenhang met 24/02748, 24/02749 P, 24/02802, 24/02842, 24/02860 en 24/02918 en met 24/02861 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Nederland · 17 augustus 2022

    ECLI:NL:RBNNE:2022:3086
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 juli 2024

    ECLI:NL:GHARL:2024:4632
  3. Conclusie A-G · 15 juli 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:705
  4. Hoge Raad · 10 februari 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:187

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02694

Datum 10 februari 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2024, nummer 21-003705-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Boksem bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten – wat betreft het eerste en het tweede cassatiemiddel mede gelet op de gronden die in rubriek 2 zijn vermeld in het vandaag uitgesproken arrest in de zaak 24/02748, ECLI:NL:HR:2026:178 – niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet verder te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van de klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada, T. Kooijmans, F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.