Strafrecht overig

Medeplegen aanwezig hebben van hennep, art. 3.C Opiumwet. Exceptie o.b.v. Unierecht. In HR:2026:205 heeft HR…

Hoge Raad, 10 februari 2026

Zaakgegevens

Op 10 februari 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 februari 2026
Datum publicatie
5 februari 2026
Zaaknummer
23/01263
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:207
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen aanwezig hebben van hennep, art. 3.C Opiumwet. Exceptie o.b.v. Unierecht.

In HR:2026:205 heeft HR bij HvJ EU een verzoek ingediend uitspraak te doen over de in dat arrest geformuleerde prejudiciële vragen. Omdat beantwoording van die vragen door HvJ EU van belang is voor beoordeling van cassatieberoep in deze zaak, zal HR iedere verdere beslissing aanhouden.

HR houdt iedere verdere beslissing aan totdat HvJ EU uitspraak zal hebben gedaan over prejudiciële vragen in samenhangende zaak HR:2026:205. Samenhang met 23/01262. CAG (strekking): vernietiging en terugwijzing.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 29 maart 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:1030
  2. Conclusie A-G · 1 juli 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:740
  3. Hoge Raad · 10 februari 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:207

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01263

Datum 10 februari 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 29 maart 2023, nummer 20-001669-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.J.A.P. van Breukelen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2 Verzoek om een prejudiciële beslissing

In het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de samenhangende zaak 23/01262, ECLI:NL:HR:2026:205, heeft de Hoge Raad bij het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie) een verzoek ingediend uitspraak te doen over de in dat arrest geformuleerde prejudiciële vragen.

Omdat de beantwoording van die vragen door het Hof van Justitie van belang is voor de beoordeling van het cassatieberoep in deze zaak, zal de Hoge Raad iedere verdere beslissing aanhouden.

3 Beslissing

De Hoge Raad houdt iedere verdere beslissing aan totdat het Hof van Justitie in voormelde samenhangende zaak naar aanleiding van het daarin omschreven verzoek uitspraak zal hebben gedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2026.