Strafrecht overig

Medeplegen diefstal van dashboard(onderdelen) uit auto door middel van braak, art. 311.1 Sr. Vrijspraak in…

Zaakgegevens

Op 3 maart 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 maart 2026
Datum publicatie
27 februari 2026
Zaaknummer
23/03931
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:327
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen diefstal van dashboard(onderdelen) uit auto door middel van braak, art. 311.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten t.a.v. betrokkenheid van verdachte en ongeloofwaardigheid van verklaring van verdachte.

HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit ‘s hofs bewijsvoering blijkt dat verdachte en medeverdachte ‘s nachts een half uur op vakantiepark, waar auto geparkeerd stond, hebben rondgelopen. Ook blijkt uit bewijsvoering dat onderdelen van het uit auto weggenomen dashboard even later (nadat bus een stopteken heeft gekregen van politie) uit bus waarin verdachte en medeverdachte van vakantiepark weggereden zijn gegooid. Hof heeft verklaring van verdachte dat hij enkel op vakantiepark was om medeverdachte daar op te halen, als ongeloofwaardig terzijde geschoven, omdat op camerabeelden te zien is dat 2 mannen gedurende half uur op vakantiepark rondlopen en dat zij wegrennen op moment dat ze zaklampen van politie zien. Hof heeft daarmee gemotiveerd uiteengezet waarom verklaring van verdachte als ongeloofwaardig terzijde moet worden gesteld. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

Volgt verwerping. Samenhang met 23/03972.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 27 september 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:2216
  2. Conclusie A-G · 13 januari 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:34
  3. Hoge Raad · 3 maart 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:327

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/03931

Datum 3 maart 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 september 2023, nummer 23-002667-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.J. Lamers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring.

2.2

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van drie maanden en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2026.