Strafrecht overig

Feitelijke aanranding van eerbaarheid van 16-jarig meisje door 34-jarige verdachte, art. 246 (oud) Sr…

Hoge Raad, 12 mei 2026

Zaakgegevens

Op 12 mei 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 mei 2026
Datum publicatie
12 mei 2026
Zaaknummer
25/00590
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:754
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Feitelijke aanranding van eerbaarheid van 16-jarig meisje door 34-jarige verdachte, art. 246 (oud) Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht.

HR: Om redenen vermeld in CAG kan middel (v.zv. dat kan worden aangemerkt als stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak heeft gewezen) niet tot cassatie leiden. CAG: Uit bewijsmiddelen volgt dat verdachte voorbij is gegaan aan signalen van verbaal verzet door aangeefster. Voor bewijs gebruikte aangifte houdt immers in dat aangeefster heeft verklaard dat ze meermalen heeft gezegd dat verdachte moest ophouden maar dat hij dit niet deed.

Volgt verwerping.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 3 maart 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:189
  2. Hoge Raad · 12 mei 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:754

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 25/00590

Datum 12 mei 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2025, nummer 22-001623-24, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.R. Mantz bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

Namens de [benadeelde] heeft de advocaat M.P. de Klerk bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde.

2.2

Het in de namens de verdachte ingediende schriftuur voorgestelde cassatiemiddel – voor zover dat kan worden aangemerkt als een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen – kan niet tot cassatie leiden. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.

3. Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de benadeelde partij is voorgesteld

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2026.