Strafrecht overig

Medeplegen invoeren (art. 2.A Opiumwet), vervoeren (art. 2.B Opiumwet) en aanwezig hebben (art. 2.C Opiumwet)…

Hoge Raad, 19 mei 2026

Zaakgegevens

Op 19 mei 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 mei 2026
Datum publicatie
18 mei 2026
Zaaknummer
24/01614
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:774
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen invoeren (art. 2.A Opiumwet), vervoeren (art. 2.B Opiumwet) en aanwezig hebben (art. 2.C Opiumwet) van cocaïne. Verbeurdverklaring telefoon, art. 33a.1.c Sr.

HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Hof heeft geoordeeld dat bewezenverklaarde is begaan met behulp van telefoon. Nu uit ‘s hofs overwegingen, verhandelde ttz. of bewijsvoering niet kan volgen dat bewezenverklaarde is begaan met behulp van inbeslaggenomen zaktelefoon, is ’s hofs oordeel niet zonder meer begrijpelijk.

Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. verbeurdverklaring van telefoon. Samenhang met 24/01788 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 23 april 2024

    ECLI:NL:GHAMS:2024:1109
  2. Conclusie A-G · 21 april 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:422
  3. Hoge Raad · 19 mei 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:774

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/01614

Datum 19 mei 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 april 2024, nummer 23-000996-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J. Kuijper en Th.O.M. Dieben bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de straf, maar uitsluitend wat betreft de beslissing tot verbeurdverklaring van de zaktelefoon BQ ( [goednummer] ) en – afhankelijk van de mate van overschrijding van de redelijke termijn – eventueel de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot eventuele vermindering van de duur van de opgelegde gevangenisstraf aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak wat betreft dat inbeslaggenomen voorwerp opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de verbeurdverklaring van een inbeslaggenomen telefoon.

2.2

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.7.

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen zaktelefoon BQ ( [goednummer] );

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026.