Strafrecht overig
Doodslag door in 2023 in Hoorn tijdens oud en nieuwfeest in woning met mes tweemaal in buik van ander te…
Hoge Raad, 15 september 2026
ECLI:NL:HR:2026:776 · Hoge Raad · 15 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-776
Zaakgegevens
Op 15 september 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 september 2026
- Datum publicatie
- 18 mei 2026
- Zaaknummer
- 25/04417
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:776
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Doodslag door in 2023 in Hoorn tijdens oud en nieuwfeest in woning met mes tweemaal in buik van ander te steken (art. 287 Sr), bedreiging van ex-vriendin, meermalen gepleegd (art. 285.1 Sr) en vernieling van raam van woning van ex-vriendin (art. 350.1 Sr). TBS met dwangverpleging opgelegd.
Geen middelen ingediend, verdachte n-o.
Procesgang
Rechtbank Noord-Holland · 6 juni 2024
ECLI:NL:RBNHO:2024:5526Hoge Raad · 15 september 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:776
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/04417
Datum 15 september 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 november 2025, nummer 23-001405-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 september 2026.