Strafrecht overig
Diefstal van motorfiets d.m.v. verbreking, art. 311.1.5 Sr. Bewijsklacht “door middel van verbreking”. Kon…
Hoge Raad, 16 juni 2026
ECLI:NL:HR:2026:943 · Hoge Raad · 16 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-943
Zaakgegevens
Op 16 juni 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 juni 2026
- Datum publicatie
- 15 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/00031
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:943
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Diefstal van motorfiets d.m.v. verbreking, art. 311.1.5 Sr. Bewijsklacht “door middel van verbreking”. Kon hof oordelen dat verdachte diefstal heeft gepleegd “door middel van verbreking”?
HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt klacht. CAG: Bewijsmotivering kan niet oordeel dragen dat verdachte weg te nemen motor onder zijn bereik heeft gebracht d.m.v. verbreking. Bewijsmiddelen houden niet meer in dan dat motor op stuurslot stond voordat deze werd weggenomen en dat motor vervolgens is aangetroffen in busje waarin verdachte reed. Ook in aanvullende bewijsoverweging zijn niet, althans niet met verwijzing naar wettige b.m. waaraan zij zijn ontleend, feiten en omstandigheden aangeduid die reden geven voor oordeel dat stuurslot van motor is geforceerd.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 mei 2026
ECLI:NL:PHR:2026:519Hoge Raad · 16 juni 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:943
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00031
Datum 16 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 december 2023, nummer 23-001291-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] (thans: [verdachte, andere achternaam] ),
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.S. Nan bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, zodat deze opnieuw kan worden berecht en afgedaan.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de bewezenverklaring, voor zover deze inhoudt dat de verdachte de tenlastegelegde diefstal heeft gepleegd ‘door middel van verbreking’, niet uit de bewijsvoering van het hof kan worden afgeleid.
Deze klacht slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juni 2026.