Civiel recht overig
Verplichte vertegenwoordiging voor den Griffier? Verzet tegen een ten onrechte op tegenspraak gewezen vonnis?…
Parket bij de Hoge Raad, 12 mei 1944
ECLI:NL:PHR:1944:1 · Parket bij de Hoge Raad · 12 mei 1944
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-1944-1
Zaakgegevens
Op 12 mei 1944 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 mei 1944
- Datum publicatie
- 26 mei 2025
- Zaaknummer
- 7926
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:1944:1
Samenvatting
Verplichte vertegenwoordiging voor den Griffier? Verzet tegen een ten onrechte op tegenspraak gewezen vonnis?
De integrale tekst van de vordering van de P-G is niet meer voorhanden. De tekst is overgenomen uit de NJ 1944/392.
Procesgang
Hoge Raad · 12 mei 1944
ECLI:NL:HR:1944:79Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 mei 1944deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:1944:1
Conclusie
"het komt mij voor, dat de omstandigheid, dat de Rechtbank een der procespartijen heeft toegelaten in persoon te verschijnen tot vernietiging van het vonnis zal moeten leiden,
dat toch het beginsel van verplichte vertegenwoordiging van partijen algemeen geldt, en de wet voor den Griffier der Rechtbank daarop geen uitzondering heeft gemaakt;
dat diens verschijning in rechte dan ook een geheel ander karakter draagt, dan dat van het Openbaar Ministerie ingevolge artt. 323 en 324 van genoemd Wetboek, hetwelk optreedt als hoofdpartij (cfr. H.R. 31 October 1929, W. 12084; N.J. 1929, blz. 1693), en voor hetwelk vertegenwoordiging door een procureur niet noodzakelijk geacht moet worden, terwijl toch in een geval als het thans behandelde de Staat door zijn orgaan den Griffier als normale procespartij gedagvaard wordt en de Griffier ten deze niet optreedt ter handhaving van wetten;
dat het wenschelijk is omtrent dit punt een beslissing van den Hoogen Raad uit te lokken, nu blijkt, dat de door de Arr.-Rechtbanken gevolgde praktijk niet dezelfde is, ten bewijze waarvan ik hierbij overleg een beslissing der Rechtbank te Rotterdam van 17 September 1943, welke een verzoek van zijn Griffier om zonder procureur te worden toegelaten tot zuivering van een tegen hem verleend verstek van de hand wees, op grond, dat de verweerder in een burgerlijk geding voor de Rechtbank slechts bij procureur kan verschijnen";