Civiel recht overig

Officier van Justitie requirant van cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof. O. M. als hoofdpartij.

Parket bij de Hoge Raad, 6 mei 1964

Zaakgegevens

Op 6 mei 1964 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
6 mei 1964
Datum publicatie
26 mei 2025
Zaaknummer
3579/376
ECLI
ECLI:NL:PHR:1964:2
E-mail

Samenvatting

Officier van Justitie requirant van cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof. O. M. als hoofdpartij.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 6 mei 1964deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:1964:2

  2. Hoge Raad · 22 mei 1964

    ECLI:NL:HR:1964:41

Conclusie

S

No.3579/376.

Mr. van Oosten.

Conclusie inzake:

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ARNHEM.

Edelhoogachtbare Heren,

De requestrant was wel bevoegd in hoger beroep te komen van de beschikking van de Rechtbank van 4 dec. 1963, genomen op het verzoekschrift, dat door hem in zijn hoedanigheid van Officier van Justitie bij dat college tot hetzelve was gericht, maar hij mist het rechtsmiddel van cassatie met betrekking tot de op zijn appel gegeven beschikking van het Hof d.d. 6 maart 1964.

De Officier van Justitie vertegenwoordigt immers niet het O.M. bij den Hove (vgl. H.R. 12 jan. 1931, N.J. 1931, p. 758, n. E.M. M. en 13 mei 1949, N. J. 1949, no. 393) .

Derhalve kan de requestrant niet worden ontvangen, zodat mijn conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de requestrant in zijn request.

Parket, 6 mei 1964.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,