Civiel recht overig
Ontvankelijkheid van cassatieberoep.
Parket bij de Hoge Raad, 15 april 1977
ECLI:NL:PHR:1977:AC4085 · Parket bij de Hoge Raad · 15 april 1977
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-1977-ac4085
Zaakgegevens
Op 15 april 1977 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 april 1977
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 11151
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:1977:AC4085
Samenvatting
Ontvankelijkheid van cassatieberoep.
Procesgang
Hoge Raad · 15 april 1977
ECLI:NL:HR:1977:AC4085Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 april 1977deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:1977:AC4085
Conclusie
N.
Nr. 11.151.
Zitting van 4 maart 1977.
Mr. Berger.
Conclusie in zake:
[eiser]/[verweerder].
Edelhoogachtbare Heren,
Bij vonnis van 30 september 1976 heeft de Kantonrechter de thans eiser tot cassatie ([eiser]) een decisoire eed opgelegd. Van dit vonnis is [eiser] in cassatie gekomen. In het middel van cassatie wordt aan de Kantonrechter in de eerste plaats verweten, dat hij rechtsregels heeft geschonden door te beslissen gelijk hij deed, terwijl er in de tweede plaats over wordt geklaagd, dat de Kantonrechter zijn beslissing niet naar de eisen der wet heeft gemotiveerd.
Bij beschikking van 28 januari 1977 heeft Uw Raad het verzoek van [eiser] tot toelating om te dezen kosteloos te procederen afgewezen op grond:
dat toch het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis van de Kantonrechter te Tilburg en daarom afstuit op artikel 100 van de Wet op de rechterlijke organisatie, voor zover het er over klaagt dat de Kantonrechter rechtsregels heeft geschonden door het opdragen van de betreffende decisoire eed, terwijl de aan het middel toegevoegde motiveringsklachten zelfstandige betekenis missen, immers slechts klagen over gebrek aan motivering waaraan het vonnis zou lijden in het — niet uit het vonnis blijkende — geval dat de Kantonrechter wel met bedoelde rechtsregels rekening zou hebben gehouden.
Mij hierbij aansluitend ben ik van oordeel, dat op voorschreven grond het voorgestelde middel niet tot cassatie zal kunnen leiden, immers in het gegeven geval een beroep in cassatie tegen het onderhavig vonnis van de Kantonrechter niet is toegelaten.
Ik moge derhalve concluderen, dat eiser tot cassatie in zijn beroep niet ontvankelijk worde verklaard met zijn veroordeling in de kosten op de voorziening gevallen.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,