Civiel recht overig
Vergissing. Appellant veroordeeld tot betaling aan geïntimeerde, in plaats van het omgekeerde.
Parket bij de Hoge Raad, 25 november 1988
ECLI:NL:PHR:1988:10 · Parket bij de Hoge Raad · 25 november 1988
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-1988-10
Zaakgegevens
Op 25 november 1988 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 november 1988
- Datum publicatie
- 20 juni 2024
- Zaaknummer
- 13.897
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:1988:10
Samenvatting
Vergissing. Appellant veroordeeld tot betaling aan geïntimeerde, in plaats van het omgekeerde.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 november 1988deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:1988:10
Hoge Raad · 27 januari 1989
ECLI:NL:HR:1989:1
Conclusie
AP
Nr. 13.897
Zitting 25 november 1988
Mr. Ten Kate
Conclusie inzake:
[eiser]
tegen
[verweerster]
Edelhoogachtbaar College,
1. Het middel is gegrond.
2. Uit de opbouw en motivering van het tijdig in cassatie bestreden arrest van het Hof te ’s-Hertogenbosch d.d. 13 juni 1988 volgt begrijpelijk de voorlaatste overweging: “Uit al het vorenstaande volgt dat het vonnis waarvan beroep moet worden vernietigd en aan appellant alsnog zijn vordering moet worden toegewezen”.
3. Dit was de vordering, die hij in eerste aanleg had ingesteld maar die door de rechtbank te Maastricht bij vonnis van 31 juli 1986 afgewezen was.
4. kennelijk per vergissing heeft het Hof vervolgens in het dictum na vernietiging van het vonnis van de Rechtbank “appellant” alsnog veroordeeld het door hem gevorderde bedrag aan “geïntimeerde” te betalen.
5. dit blijkt te meer uit de omstandigheid dat het Hof vervolgens “geïntimeerde” in de kosten van de beide instanties heeft veroordeeld.
6. Uw Raad kan deze vergissing, ten principale rechtdoende, herstellen.
7. Ik laat rusten dat, naar mijn inzien, de fout ook via executie van het arrest, zo nodig gevolgd door een executie-geschil, had kunnen worden hersteld.
De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest met een beslissing, als onder 6 hierboven uiteengezet, en met een veroordeling van de niet verschenen verweerster in cassatie in de kosten op de behandeling van dit beroep in cassatie gevallen.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden