Civiel recht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
ECLI:NL:PHR:2000:AA4733 · Parket bij de Hoge Raad · 26 januari 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2000-aa4733
Zaakgegevens
Op 26 januari 2000 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 januari 2000
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- OK 73
- Rechtsgebied
- Civiel recht Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2000:AA4733
Procesgang
Hoge Raad · 26 januari 2000
ECLI:NL:HR:2000:AA4733Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 januari 2000deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2000:AA4733
Conclusie
Nr. OK 73 Mr Moltmaker
Wet op de ondernemingsraden Conclusie inzake
Parket, 2 november 1999 DE PROVINCIE ZUID-
HOLLAND
tegen
DE ONDERNEMINGSRADEN VAN DE GEMEENTEN RIJSWIJK (ZH),
LEIDSCHENDAM EN NOOTDORP
Edelhoogachtbaar College,
1 Feiten en procesgang
1.1 Voor de feiten en de procesgang verwijs ik naar mijn conclusie van heden in de zaak nr. OK 78 tussen dezelfde partijen.
Het betreft hier het in punt 1.6 van die conclusie vermelde beroep in cassatie tegen de in punt 1.5 van die conclusie omschreven beschikking van de Ondernemingskamer van 5 november 1998.
2 Ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
2.1 Bij de beschikking van 5 november 1998 heeft de Ondernemingskamer tijdelijk, voor de duur van het geding, voorlopige voorzieningen getroffen. Dat betekent, dat op het moment dat Uw Raad een beschikking neemt in de zaak nr. OK 78 (betreffende de eindbeschikking van de Ondernemingskamer van 28 januari 1999), de voorlopige voorzieningen vervallen, ongeacht de uitkomst van de beschikking van Uw Raad.
2.2 Verzoekster tot cassatie zou derhalve slechts belang bij cassatie hebben, indien Uw Raad in de zaak nr. OK 73 eerder een beslissing zou nemen dan in de zaak nr. OK 78. Voor dat geval zou mijn conclusie, overeenkomstig die in de zaak nr. OK 78, strekken tot vernietiging van de beschikking van de Ondernemingskamer en zouden de voorlopige voorzieningen kunnen eindigen vóór de eindbeslissing van Uw Raad.
2.3 Omdat de onderliggende problematiek van beide zaken dezelfde is en de zaken ter zitting van Uw Raad op 29 september 1999 gezamenlijk zijn behandeld, neem ik aan, dat Uw Raad in beide zaken tegelijkertijd zal beslissen. In dat geval heeft verzoekster tot cassatie geen belang meer bij cassatie in de onderhavige zaak en dient zij daarom naar mijn mening niet ontvankelijk te worden verklaard.
3 Conclusie
Mijn conclusie strekt tot niet ontvankelijk verklaring van verzoekster in haar cassatieverzoek.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G i.b.d.