Civiel recht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad, 11 januari 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AD5816 · Parket bij de Hoge Raad · 11 januari 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2002-ad5816
Zaakgegevens
Op 11 januari 2002 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 januari 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C01/287HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2002:AD5816
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 11 januari 2002
ECLI:NL:HR:2002:AD5816Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 januari 2002deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2002:AD5816
Conclusie
Rolnr. C01/287HR
Mr. L. Strikwerda
Zt. 9 nov. 2001
conclusie inzake
(concl. op verstek)
[Eiser]
tegen
de Ontvanger van de Belastingdienst
Particulieren/Ondernemingen Venlo
Edelhoogachtbaar College,
1. In deze zaak heeft eiser tot cassatie, hierna: [eiser], verweerder in cassatie, hierna: de Ontvanger, bij exploit van 25 juli 2001 gedagvaard om op 10 augustus 2001 te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad, met aanzegging dat hij beroep in cassatie instelt tegen het tussen partijen gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch d.d. 28 mei 2001.
2. [Eiser] heeft de zaak niet ter rolle doen inschrijven.
3. Bij herstelexploit van 10 september 2001 heeft [eiser] de Ontvanger opgeroepen voor de zitting van 12 oktober 2001. [Eiser] heeft de zaak op de rol van die zitting doen inschrijven.
4. De Ontvanger is op de zitting van 12 oktober 2001 niet verschenen. [Eiser] heeft verzocht verstek tegen de Ontvanger te verlenen.
5. Het op 25 juli 2001 uitgebrachte exploit van dagvaarding is niet ter rolle ingeschreven. Deze fout had kunnen worden hersteld door met bekwame spoed, dat wil zeggen binnen veertien dagen na de oorspronkelijk aangezegde rechtsdag, een herstelexploit te doen uitbrengen met oproeping tegen een nieuwe rechtsdag. Zie o.m. HR 27 februari 1987, NJ 1987, 559. Zie voorts Hugenholtz/Heemskerk, Hoofdlijnen van Nederlands Burgerlijk Procesrecht, 19e dr., 1998, nr. 58.
6. Het herstelexploit van 10 september 2001 is op de dertigste dag na de oorspronkelijk aangezegde rechtsdag en derhalve niet met bekwame spoed uitgebracht. Het gevraagde verstek kan dus niet worden verleend.
De conclusie strekt tot weigering van het gevraagde verstek.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,