Civiel recht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Civiel recht overig
Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AF0222 · Parket bij de Hoge Raad · 20 december 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2002-af0222
Zaakgegevens
Op 20 december 2002 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 december 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R02/071HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2002:AF0222
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 20 december 2002
ECLI:NL:HR:2002:AF0222Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 december 2002deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2002:AF0222
Conclusie
Rek.nr. R02/071HR
Mr. L. Strikwerda
Parket 1 nov. 2002
Conclusie inzake
[Verzoekster]
Edelhoogachtbaar College,
1. Bij vonnis van 16 mei 2002 heeft de Kantonrechter te Dordrecht de bij dagvaarding van 6 november 2001 door [eiseres] tegen thans verzoekster van cassatie (hierna: [verzoekster]) ingestelde vordering tot betaling van het onbetaald gebleven gedeelte van het door [eiseres] wegens verstrekt juridisch advies aan [verzoekster] in rekening gebrachte bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, na verweer van [verzoekster], toegewezen.
2. Bij brief van 15 augustus 2002 heeft [verzoekster] de Hoge Raad verzocht genoemd vonnis van de Kantonrechter nietig te verklaren.
3. [Verzoekster] kan in haar verzoek, dat kennelijk ertoe strekt beroep in cassatie in te stellen tegen voormeld vonnis van de Kantonrechter, niet worden ontvangen. De bij de Kantonrechter gevoerde procedure is een dagvaardingsprocedure. In een zodanige procedure moet cassatieberoep krachtens het bepaalde in art. 407 lid 1 Rv bij dagvaarding worden ingeleid. De onder 2. genoemde brief is geen dagvaarding.
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in haar beroep.
De Procureur Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,