Civiel recht overig

Procesrecht. Beslissing mede gebaseerd op afzien van antwoordakte, terwijl partij wel van antwoordakte had…

Parket bij de Hoge Raad, 12 maart 2010

Zaakgegevens

Op 12 maart 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
12 maart 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/04080
ECLI
ECLI:NL:PHR:2010:BL0005
E-mail

Samenvatting

Procesrecht. Beslissing mede gebaseerd op afzien van antwoordakte, terwijl partij wel van antwoordakte had gediend. Zaak niet beslist op grondslag van hetgeen aan de vordering ten grondslag is gelegd (art. 24 Rv.).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 12 maart 2010

    ECLI:NL:HR:2010:BL0005
  2. Conclusie A-G · 12 maart 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2010:BL0005

Conclusie

09/04080

Mr L. Strikwerda

Zt. 15 jan. 2010

conclusie inzake

DEM Management Services B.V.

tegen

[Verweerster]

Edelhoogachtbaar College,

1. Het tijdig door eiseres tot cassatie, hierna: DEM, ingestelde cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 21 juli 2009. Bij dit arrest heeft het hof op het hoger beroep van DEM het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam van 25 september 2008, waarbij de door DEM in kort geding gevraagde voorzieningen tegen thans verweerster in cassatie, hierna: [verweerster], zijn geweigerd, bekrachtigd. Het cassatieberoep berust op één middel dat drie klachten bevat.

2. [Verweerster] heeft een conclusie van antwoord genomen en zich daarbij gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad.

3. Het middel is gericht tegen het oordeel van het hof - in r.o. 1 van het bestreden arrest - dat DEM, na het door het hof gewezen tussenarrest van 10 maart 2009, heeft afgezien van antwoordakte, alsmede tegen de daaraan door het hof verbonden gevolgtrekking - in r.o. 2.2 van het bestreden arrest - voor de beoordeling van de gronden waarop DEM de door haar verlangde voorzieningen heeft gevraagd.

4. Gezien het door DEM overgelegde afschrift van het in de cassatiedagvaarding vermelde faxbericht d.d. 22 juli 2009 van het hof en van de brief d.d. 28 augustus 2009 van de voorzitter van de kamer van het hof die het bestreden arrest heeft gewezen, moet in cassatie als vaststaand worden aangenomen dat, anders dan het hof heeft geoordeeld, DEM niet heeft afgezien van antwoordakte, maar de desbetreffende akte heeft genomen.

5. Hieruit volgt dat de door het middel onder B geformuleerde klacht dat het hof, door bij zijn verdere beoordeling van het hoger beroep abusievelijk ervan uit te gaan dat DEM had afgezien van antwoordakte terwijl deze akte wel was genomen, het geding in hoger beroep niet heeft beslist op de grondslag van hetgeen DEM aan haar vordering ten gronde heeft gelegd, doel treft.

6. De overige door het middel aangevoerde klachten behoeven geen bespreking.

De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest van het gerechtshof te Amsterdam en tot verwijzing van de zaak naar dat hof ter verdere behandeling en beslissing.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,