Civiel recht overig
Arubaanse zaak. Berekening electriciteitsverbruik in een geval waarin dit verbruik niet kon worden…
Parket bij de Hoge Raad, 26 november 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BN8540 · Parket bij de Hoge Raad · 26 november 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2010-bn8540
Zaakgegevens
Op 26 november 2010 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 november 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/03666
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2010:BN8540
Samenvatting
Arubaanse zaak. Berekening electriciteitsverbruik in een geval waarin dit verbruik niet kon worden vastgesteld, omdat met een elektriciteitskabel was geknoeid. (81 RO)
Procesgang
Hoge Raad · 26 november 2010
ECLI:NL:HR:2010:BN8540Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 november 2010deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2010:BN8540
Conclusie
09/03666
mr J. Spier
Zitting 24 september 2010 (bij vervroeging)
Conclusie inzake
[Eiser]
tegen
Electriciteitsmaatschappij Aruba NV
(hierna: Elmar)
1. Met de elektriciteitskabel van een pand waarin restaurants werden geëxploiteerd is geknoeid waardoor het verbruik niet kon worden vastgesteld. Het HvJ NAA heeft bij vonnis van 16 juni 2009 op de voet van de vigerende (algemene) voorwaarden, maar na correctie op basis van [eiser]s stellingen, de vordering van Elmar tot betaling toegewezen voor Afl 131.249,47. Tegen dat vonnis is tijdig cassatieberoep ingesteld.
2. Het middel bestrijdt niet 's Hofs oordeel dat de overeengekomen wijze van berekening niet onredelijk is (rov. 4.3).
3. Middel 1 miskent de grondslag die het Hof onder zijn "berekening" heeft geschoven en ziet er bovendien aan voorbij dat het Hof deze niet onverkort heeft toegepast (rov. 4.6). Voor zover het beroep doet op "het gehele normale jaarverbruik" wordt niet aangegeven waar een dergelijke stelling zou zijn te vinden en wat dit zou belopen. [Eiser] ziet bovendien voorbij aan 's Hofs redengeving in rov. 4.5 en 4.6 die niet (inhoudelijk) wordt bestreden.
4. De middelen 2 en 3 falen eveneens op de onder 3 genoemde gronden.
Conclusie
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal