Civiel recht overig

Art. 81 RO. Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad Ontvanger door beslag te leggen op geld en dit vervolgens…

Zaakgegevens

Op 8 juli 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
8 juli 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/03789
ECLI
ECLI:NL:PHR:2011:BQ8085
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 81 RO. Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad Ontvanger door beslag te leggen op geld en dit vervolgens niet terug te betalen?

Procesgang

  1. Hoge Raad · 8 juli 2011

    ECLI:NL:HR:2011:BQ8085
  2. Conclusie A-G · 8 juli 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2011:BQ8085

Conclusie

10/03789

mr J. Spier

Zitting 15 april 2011 (bij vervroeging)

Verkorte conclusie inzake

[Eiser]

tegen

Ontvanger der Rijksbelastingen

1. [Eiser] heeft tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Hof 's-Hertogenbosch van 30 maart 2010.

2. Middel 1 is onbegrijpelijk en voldoet daarom niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv. Datzelfde geldt voor de middelen 2, 3 en goeddeels 5.

3. Ook aan middel 4 is geen touw vast te knopen. Nog daargelaten dat niet wordt aangegeven waar de brief van 16 februari 2007 zou zijn te vinden zodat ook deze klacht niet aan de eisen der wet voldoet, ambtshalve onderzoek wijst uit dat deze aan de inleidende dagvaarding geniete brief niet vermeldt op welke aanslagen deze betrekking heeft; zie ook de eveneens aangeniete brief van 2 oktober 2007. Middel 5 miskent dat eveneens; het ziet er bovendien aan voorbij dat dit een feitelijk oordeel.

4. Gezien het hoge gehalte van onbegrijpelijkheid zou mijn voorkeur hebben [eiser] niet in zijn cassatieberoep te ontvangen. Aan gerede twijfel is immers onderhevig of de cassatiedagvaarding wel een "middel" bevat zoals art. 407 lid 2 Rv vereist. Ware hij ontvankelijk, dan moet het worden verworpen.

Conclusie

Aan de klachten is slot noch zin toe te kennen zodat [eiser] niet in zijn beroep kan worden ontvangen. Mocht hij desondanks ontvankelijk zijn dan wordt tot verwerping geconcludeerd met toepassing van art. 81 RO.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden,

Advocaat-Generaal