Civiel recht overig

Art. 81 RO. Beëindiging huur woonruimte. Huurbescherming. Beroep verhuurder op beperkende werking…

Parket bij de Hoge Raad, 9 december 2011

Zaakgegevens

Op 9 december 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
9 december 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/05433
ECLI
ECLI:NL:PHR:2011:BT7187
E-mail

Samenvatting

Art. 81 RO. Beëindiging huur woonruimte. Huurbescherming. Beroep verhuurder op beperkende werking redelijkheid en billijkheid. Art. 6:248, 7:232, 272 BW.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 9 december 2011

    ECLI:NL:HR:2011:BT7187
  2. Conclusie A-G · 9 december 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2011:BT7187

Conclusie

10/05433

mr. J. Spier

Zitting 7 oktober (bij vervroeging)

Verkorte conclusie

inzake

[Eiseres]

tegen

[Verweerder]

1. [Eiseres] heeft tijdig cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Haagse Hof van 20 juli 2010.

2. Alle klachten bouwen, voor zover begrijpelijk, voort op de veronderstelling dat het Hof niet heeft verdisconteerd dat der partijen affectieve relatie tot in 2006 heeft voortgeduurd, dat [verweerder] nimmer een huurverhoging heeft voorgesteld en dat hij is gestopt met correspondentie over het kunnen beschikken van de woning "omdat hij dit niet met zijn geweten in overeenstemming kon brengen" (onderdeel 2).

3. Deze laatste omstandigheid heeft het Hof niet kenbaar in zijn oordeel betrokken. Het kan [eiseres] reeds niet baten omdat niet wordt aangegeven waar zij in de gedingstukken een dergelijke stelling aan haar verweer ten grondslag heeft gelegd. Los daarvan: de onderhavige procedure maakt duidelijk dat [verweerder] kennelijk - allicht om de door het Hof in rov. 5.1 genoemde redenen - van mening is veranderd. De overige twee omstandigheden heeft het Hof expliciet meegewogen in rov. 5.5 ("In de derde plaats zijn van belang (...)". Hierop stuiten alle klachten af. Daarbij teken ik nog aan dat de rechtsklacht van onderdeel 7 onbegrijpelijk is.

Conclusie

Deze conclusie strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

Advocaat-Generaal