Civiel recht overig
Cassatie. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij Hoge Raad (art. 426a lid 1…
Parket bij de Hoge Raad, 14 oktober 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BT7586 · Parket bij de Hoge Raad · 14 oktober 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2011-bt7586
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/00719
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2011:BT7586
Samenvatting
Cassatie. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij Hoge Raad (art. 426a lid 1 Rv.). Hersteltermijn van twee weken is uiterste termijn. Andersluidende mededeling griffie maakt termijnoverschrijding niet verschoonbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 14 oktober 2011
ECLI:NL:HR:2011:BT7586Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 oktober 2011deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2011:BT7586
Conclusie
11/00719
Mr. L. Timmerman
Parket: 8 juli 2011
Conclusie inzake:
[Verzoekster]
verzoekster tot cassatie
Verkorte conclusie
1 Bij vonnis van13 december heeft de rechtbank Utrecht het verzoek van [verzoekster] om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsanering afgewezen omdat binnen de periode van tien jaar eerder de schuldsaneringsregeling op [verzoekster] van toepassing is geweest en die regeling is beëindigd op grond van het ontstaan van nieuwe schulden. Sinds die beëindiging heeft [verzoekster] een groot aantal nieuwe schulden laten ontstaan, waarbij [verzoekster] naar het oordeel van de rechtbank niet te goeder trouw is geweest.
2 [Verzoekster] is van dit vonnis in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof te Amsterdam nevenzittingsplaats Arnhem. Het hof heeft de zaak ter zitting van 27 januari 2011 behandeld. Bij arrest van 3 februari 2011 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
3 Tegen dit arrest heeft [verzoekster] op 11 februari 2011, de laatste dag van de cassatietermijn(1), beroep in cassatie ingesteld. Het verzoekschrift is ingediend door mr. J.R.A. Röschlau, advocaat te Utrecht. Dit cassatieverzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv omdat het niet is ingediend en ook niet is getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft in de zaak van 10 juli 2009(2) beslist dat het verzuim om advocaat te stellen binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift kan worden hersteld. Op 1 maart 2011 heeft mr. M.A.R. Schuckink Kool, advocaat bij de Hoge Raad, hetzelfde verzoekschrift ingediend en ondertekend. Dit is te laat nu de termijn om het verzuim te herstellen op 25 februari 2011 verliep.
4 Ik concludeer tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 De cassatietermijn is blijkens art. 292 lid 5 FW 8 dagen.
2 HR 10 juli 2009, LJN: BI0773, NJ 2010 212 m.nt. H.J. Snijders.