Civiel recht overig

Cassatie. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Voorschrift…

Parket bij de Hoge Raad, 14 december 2012

Zaakgegevens

Op 14 december 2012 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
14 december 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
12/04524
Advocaat
mr. J.R.A. Röschlau.
ECLI
ECLI:NL:PHR:2012:BY2239
E-mail

Samenvatting

Cassatie. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad. Voorschrift van art. 426a lid 1 Rv in strijd met het Europees mededingingsrecht? Art. 5 richtlijn 98/5/EG (PbEG L 77).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 14 december 2012

    ECLI:NL:HR:2012:BY2239
  2. Conclusie A-G · 14 december 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2012:BY2239

Conclusie

Zaaknummer: 12/04524

mr. Wuisman

Parketdatum: 19 oktober 2012

CONCLUSIE inzake:

[Verzoeker],

verzoeker tot cassatie,

advocaat: mr. J.R.A. Röschlau.

1. Voorgeschiedenis.

1.1 Bij vonnis d.d. 16 juli 2012 heeft de Utrecht het verzoek van verzoeker tot cassatie om tot de wettelijke schuldsaneringsregeling te worden toegelaten afgewezen.

1.2 Bij arrest d.d. 13 september 2012 heeft het gerechtshof te Arnhem het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

1.3 Bij een op 20 september 2012 bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen verzoekschrift is verzoeker tot cassatie van het arrest van het hof in cassatie gekomen. Gelet op het bepaalde in artikel 292 lid 5 Fw is het cassatieberoep tijdig ingesteld.

2. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1 Het verzoekschrift in cassatie is namens verzoeker tot cassatie ingediend door mr. J.R.A. Röschlau, als advocaat kantoorhoudend te Utrecht.

2.2 Om de reden dat mr. Röschlau niet de bevoegdheid heeft om in cassatieprocedures als advocaat op te treden((1)), is hij bij brief van 28 september 2012 van de griffie van de Hoge Raad in de gelegenheid gesteld om te bewerkstelligen dat vóór 4 oktober 2012 alsnog een door een advocaat bij de Hoge Raad ondertekend verzoekschrift tot cassatie wordt ingediend. Deze geboden gelegenheid is niet benut.

2.3 Het vorenstaande betekent dat verzoeker tot cassatie in zijn cassatieberoep niet ontvankelijk dient te worden verklaard.

3. Conclusie

De conclusie strekt tot het niet ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

1. Een en ander stoelt mede op informatie van de zijde van de Nederlandse Orde van Advocaten omtrent het tableau van advocaten. Hoewel sedert 1 juli 2012 de mogelijkheid daartoe bestaat, is op het tableau bij mr. Röschlau niet de aantekening geplaatst dat hij de bevoegdheid verleend heeft gekregen om als cassatieadvocaat op te treden.