Civiel recht overig

Art. 80a lid 1 RO. Afwijzing toelatingsverzoek schuldsanering, art. 288 lid 1 onder c Fw. Aan…

Zaakgegevens

Op 1 maart 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
1 maart 2013
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
12/05347
ECLI
ECLI:NL:PHR:2013:BZ0521
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. Afwijzing toelatingsverzoek schuldsanering, art. 288 lid 1 onder c Fw. Aan cassatieklachten te stellen eisen, art. 407 lid 2 Rv.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 1 maart 2013

    ECLI:NL:HR:2013:BZ0521
  2. Conclusie A-G · 1 maart 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ0521

Conclusie

12/05347

Mr. L. Timmerman

Parket: 18 januari 2013

Conclusie inzake:

[Verzoekster]

verzoekster tot cassatie

1. Op 5 maart 2012 heeft [verzoekster] een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. De rechtbank 's-Gravenhage heeft het verzoek bij vonnis van 18 juni 2012 afgewezen op de grond dat onvoldoende aannemelijk was dat [verzoekster] de uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven (art. 288 lid 1 sub c Fw). [verzoekster] is hiervan in hoger beroep gekomen.

2. Bij arrest van 13 november heeft het hof 's-Gravenhage het oordeel van de rechtbank bekrachtigd. Aangezien de meerdaagse behandeling (14 à 15 uur per week) van [verzoekster] bij PsyQ pas een week geleden is gestart, is het niet mogelijk dat een hulpverlener nu al kan bevestigen dat de psychische problemen van [verzoekster] beheersbaar zijn als bedoeld in art. 5.4.3 van de "Landelijk uniforme beoordelingscriteria toelating schuldsaneringsregeling" (bijlage IV bij het Procesreglement verzoekschriftprocedures insolventiezaken rechtbanken). Dit staat aan toelating tot de schuldsanering in de weg. Bovendien bestaat bij toelating het reële risico dat de regeling zonder toekenning van de schone lei beëindigd wordt, waarna de toegang tot de schuldsaneringsregeling voor een periode van tien jaar uitgesloten zou zijn, aldus het hof.

3. Hiertegen heeft [verzoekster] tijdig(1) cassatieberoep ingesteld. Geklaagd wordt (i) dat het feit dat een behandelaar nog geen oordeel kan geven over de vraag of [verzoekster] de schuldsaneringsverplichtingen zal kunnen nakomen, nog niet betekent dat er geen speciale omstandigheden zijn - de hierna onder (ii) tot (iv) te noemen omstandigheden - op grond waarvan [verzoekster] wel toegelaten had kunnen worden, (ii) dat [verzoekster] al drie jaar in het voortraject van de schuldsanering bij de gemeente zit, terwijl andere schuldenaren die zich kort na [verzoekster] hadden aangemeld inmiddels wel een schone lei hebben verkregen, (iii) dat [verzoekster] door toedoen van een derde in de schulden is gekomen en met haar volwassen thuiswonende zoons - zonder dat nader toe te lichten - een stabiele leefomgeving heeft, en (iv) dat de psychische klachten niet de oorzaak zijn van de schulden, maar veeleer het gevolg daarvan. Deze in cassatie geponeerde klachten kunnen klaarblijkelijk niet tot cassatie leiden.

4. Deze conclusie strekt tot het niet ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op grond van art. 80a RO.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

1 Het cassatieverzoekschrift is op 21 november 2012, derhalve binnen de in art. 292 lid 6 Fw genoemde cassatietermijn van acht dagen ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.