Civiel recht overig
Art. 80a lid 1 RO. Familierecht. Gezag. Verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag; art. 266, 268 BW.
ECLI:NL:PHR:2013:CA3734 · Parket bij de Hoge Raad · 31 mei 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2013-ca3734
Zaakgegevens
Op 31 mei 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 mei 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 13/01198
- Rechtsgebied
- Civiel recht Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:CA3734
Samenvatting
Art. 80a lid 1 RO. Familierecht. Gezag. Verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag; art. 266, 268 BW.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 12 december 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6252Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 mei 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:CA3734
Hoge Raad · 12 juli 2013
ECLI:NL:HR:2013:CA3734Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Conclusie
Zaak 13/01198
Mr. P. Vlas
Zitting, 31 mei 2013
Conclusie inzake art. 80a RO:
[de moeder]
(hierna: de moeder),
tegen
De Raad voor de Kinderbescherming
te 's-Gravenhage
(hierna: de Raad)
1. Bij beschikking van 12 december 2012 heeft het hof 's-Gravenhage de beschikking van 11 mei 2012 van de kinderrechter in de rechtbank 's-Gravenhage bekrachtigd, waarbij de moeder is ontheven van het ouderlijk gezag over de minderjarigen [kind 1] (geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats]) en [kind 2] (geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats]) (hierna: de minderjarigen). De moeder heeft tegen de beschikking van het hof (tijdig) beroep in cassatie ingesteld.
2. In cassatie voert de moeder één klacht aan, te weten dat het hof haar verzoek om een onafhankelijk deskundige in te schakelen niet heeft gehonoreerd, althans heeft gepasseerd, zonder deugdelijke motivering. De aangevoerde klacht rechtvaardigt geen behandeling in cassatie, omdat de klacht klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. Daartoe geldt het volgende. Het hof heeft bij zijn oordeel onder meer acht geslagen op een brief van de psychiater van de moeder. Het hof heeft geoordeeld dat de moeder onvoldoende inzicht heeft in haar eigen psychische problematiek en niet in staat moet worden geacht om voor de minderjarigen een blijvende stabiele opvoedingssituatie te creëren. Het hof heeft voorts overwogen dat gezien de inhoud van deze brief van de psychiater 'een nieuw onderzoek van een onafhankelijk deskundige niet tot een andere beslissing zal leiden, zodat het hof het verzoek van de moeder om tot benoeming van een onafhankelijke deskundige over te gaan zal passeren' (zie rov. 8, slot). Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en niet ondeugdelijk gemotiveerd.
3. De conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G