Civiel recht overig
Cassatie. Niet-ontvankelijkheid in verband met overschrijding cassatietermijn; art. 12 Fw.
Parket bij de Hoge Raad, 16 mei 2014
ECLI:NL:PHR:2014:710 · Parket bij de Hoge Raad · 16 mei 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2014-710
Zaakgegevens
Op 16 mei 2014 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 mei 2014
- Datum publicatie
- 10 juli 2014
- Zaaknummer
- 14/00972
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2014:710
Samenvatting
Cassatie. Niet-ontvankelijkheid in verband met overschrijding cassatietermijn; art. 12 Fw.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 mei 2014deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2014:710
Hoge Raad · 11 juli 2014
ECLI:NL:HR:2014:1638Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
14/00972
Mr. F.F. Langemeijer
16 mei 2014
Conclusie inzake:
[verzoekers]
tegen
Ontvanger van de Belastingdienst/MKB
1. Bij afzonderlijke vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 2 januari 2014 zijn verzoekers tot cassatie (de schuldenaren) op verzoek van de Ontvanger in staat van faillissement verklaard.
2. Op het gezamenlijk hoger beroep van de schuldenaren heeft het gerechtshof Den Haag bij arrest van 11 februari 2014 beide vonnissen bekrachtigd. Bij verzoekschrift, gedateerd 20 februari 2014 en op diezelfde dag ingekomen ter griffie van de Hoge Raad, hebben de schuldenaren gezamenlijk beroep in cassatie ingesteld.
3. Op grond van art. 12 Faillissementswet bedraagt de cassatietermijn acht dagen. Deze termijn verstreek op woensdag 19 februari 2014. Het cassatieberoep is derhalve te laat ingesteld.
4. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de schuldenaren in hun cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden,
a. - g.