Civiel recht overig
Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat…
ECLI:NL:PHR:2016:60 · Parket bij de Hoge Raad · 12 februari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2016-60
Zaakgegevens
Op 12 februari 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 februari 2016
- Datum publicatie
- 19 februari 2016
- Zaaknummer
- 16/00035
- Rechtsgebied
- Civiel recht Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2016:60
Samenvatting
Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 februari 2016deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2016:60
Hoge Raad · 22 april 2016
ECLI:NL:HR:2016:732Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
16/00035
Mr. F.F. Langemeijer
12 februari 2016
Conclusie inzake:
[de vader]
tegen
Gemeente Rotterdam
1. De Gemeente Rotterdam heeft gezinsbijstand verleend aan [de vrouw] (hierna: de vrouw), mede ten behoeve van haar minderjarige dochter. Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten tot verhaal op de vader, [de vader], van gemaakte en nog te maken kosten van bijstand ten behoeve van deze minderjarige. Bij beschikking van 9 januari 2015 heeft de rechtbank Rotterdam op verzoek van de Gemeente het door de vader aan de Gemeente te betalen bedrag vastgesteld op € 137,- per maand met ingang van 1 maart 2012, zolang de bijstandverlening aan de vrouw voortduurt.
2. Op het hoger beroep van de vader heeft het gerechtshof Den Haag bij beschikking van 25 november 2015 de te verhalen bijdrage eveneens bepaald op € 137,- per maand met ingang van 1 maart 2012, doch (met vernietiging in zoverre van de beschikking in eerste aanleg) tot 15 januari 2015.
3. Bij verzoekschrift van 30 december 2015 heeft een gemachtigde namens de vader te kennen gegeven beroep in cassatie te willen instellen. Het verzoekschrift is in strijd met art. 426a Rv niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van de hem geboden gelegenheid tot herstel van dit gebrek heeft de vader geen gebruik gemaakt.
4. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de vader in zijn cassatieverzoek.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden.
a. – g.