Civiel recht overig

Cassatieprocesrecht. Cassatieberoep niet-ontvankelijk, art. 426a Rv. Geen cassatieadvocaat gesteld.

Parket bij de Hoge Raad, 9 september 2016

Zaakgegevens

Op 9 september 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
9 september 2016
Datum publicatie
3 oktober 2016
Zaaknummer
16/04206
ECLI
ECLI:NL:PHR:2016:936
E-mail

Samenvatting

Cassatieprocesrecht. Cassatieberoep niet-ontvankelijk, art. 426a Rv. Geen cassatieadvocaat gesteld.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 9 september 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2016:936

  2. Hoge Raad · 28 oktober 2016

    ECLI:NL:HR:2016:2444

    Conclusie gevolgd

Conclusie

16/04206

Mr. F.F. Langemeijer

9 september 2016

Conclusie inzake het verzoek van:

[verzoeker]

1. Bij beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 mei 2016 (nr. 200.187.942) is de huidige verzoeker tot cassatie niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Het appelschrift was in strijd met art. 278 lid 3 Rv niet ondertekend door een advocaat.

2. Bij schrijven (fax) van 16 augustus 2016 heeft verzoeker te kennen gegeven beroep in cassatie te willen instellen tegen die beschikking. Het verzoekschrift is in strijd met art. 426a lid 1 Rv niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen binnen veertien dagen. Van die gelegenheid heeft verzoeker geen gebruik gemaakt. Om deze reden kan hij niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

3. De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

plv.