Civiel recht overig

Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid; in dagvaarding is geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen (art…

Zaakgegevens

Op 7 oktober 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
7 oktober 2016
Datum publicatie
12 oktober 2016
Zaaknummer
16/04127
ECLI
ECLI:NL:PHR:2016:988
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid; in dagvaarding is geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen (art. 407 lid 3 Rv). Verzuim niet hersteld binnen daarvoor gegeven termijn.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 7 oktober 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2016:988

  2. Hoge Raad · 9 december 2016

    ECLI:NL:HR:2016:2827

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Zaaknr: 16/04127

mr. E.M. Wesseling-van Gent

Zitting: 7 oktober 2016

Conclusie 80a RO inzake:

[eiser]

tegen

1. T.C.A. Inc.

2. Transport Cargo Amsterdam C.V.

3. Stichting Yosemite Beheer

4. Yosemite Consultancy Limited

5. Truck Care Amsterdam C.V.

6. Stichting Sequoia Beheer

7. Sequoia Enterprises Limited

8. [verweerder 8]

9. [verweerder 9]

10. K.P. Hoogenboezem q.q.

1. Eiser tot cassatie (hierna: [eiser]) heeft op 14 juli 2015 vier dagvaardingen doen uitbrengen waarin aan verweerders in cassatie (hierna gezamenlijk: T.C.A. Inc. c.s.) is aangezegd dat hij cassatieberoep instelt tegen het tussen partijen gewezen arrest van het gerechtshof Amsterdam van 14 april 2015 in twee (gevoegde) zaken met zaaknummers 200.073.063/02 en 200.101.909/01.

T.C.A. Inc. c.s. zijn gedagvaard te verschijnen ter zitting van 12 augustus 2016.

2. In de dagvaarding is geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen die [eiser] in de cassatieprocedure zal vertegenwoordigen.

3. Bij brief van 11 augustus 2016, op dezelfde datum ingekomen ter griffie, heeft [eiser] de zaak aangebracht bij de Hoge Raad en verzocht om gelegenheid te bieden voor herstel van enig gebrek of verzuim in verband met het aanbrengen van de zaak.

4. De griffie van de Hoge Raad heeft [eiser] per aangetekende brief van 12 augustus 2016 bericht dat op de rol van diezelfde dag is aangetekend dat niet is voldaan aan art. 407 lid 3 Rv, waarin is bepaald dat eiser in het exploot van dagvaarding een advocaat bij de Hoge Raad aanwijst, en dat [eiser] de gelegenheid krijgt een herstelexploot uit te brengen tegen de rolzitting van 9 september 2016, welk exploot binnen twee weken na 12 augustus 2016 dient te zijn betekend aan de wederpartijen en vóór 9 september 2016 10.00 uur bij de Hoge Raad moet zijn ingediend.

5. [eiser] heeft van de geboden gelegenheid geen gebruik gemaakt.

6. [eiser] heeft bij brief van 7 september 2016, ingekomen ter griffie op 8 september 2016, de Hoge Raad verzocht om verlening van een nadere termijn om het gebrek te herstellen. Dit verzoek is door de rolraadsheer afgewezen. Deze beslissing is per aangetekende brief van 21 september 2016 aan [eiser] medegedeeld.

7. Nu [eiser] geen cassatieadvocaat heeft aangewezen in de dagvaarding en hij dit gebrek niet binnen de termijn heeft hersteld, is niet voldaan aan het vereiste in art. 407 lid 3 Rv en kan het cassatieberoep niet in behandeling worden genomen.

8. De conclusie strekt derhalve tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G