Civiel recht overig

Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat…

Parket bij de Hoge Raad, 11 juli 2016

Zaakgegevens

Op 11 juli 2016 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
11 juli 2016
Datum publicatie
13 oktober 2016
Zaaknummer
16/03201
ECLI
ECLI:NL:PHR:2016:990
E-mail

Samenvatting

Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 11 juli 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2016:990

  2. Hoge Raad · 14 oktober 2016

    ECLI:NL:HR:2016:2345

    Conclusie gevolgd

  3. Uitspraak · 2016

    ECLI:NL:GHSHE:2016:2467

    Niet ontvankelijk

Conclusie

16/03201

mr. G.R.B. van Peursem

11 juli 2016

Conclusie inzake:

[verzoeker],

verzoeker tot cassatie,

(hierna: verzoeker)

advocaat mr. O.P.N.M. Tennebroek.

1. Verzoeker heeft middels een op 22 juni 2016 ter griffie van de Hoge Raad der Nederlanden ingekomen verzoekschrift beroep in cassatie ingesteld tegen de arresten van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 7 april 2016 en 16 juni 2016. In het laatstgenoemde arrest is de bij vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 december 2015 uitgesproken tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bekrachtigd.

2 Het cassatieverzoekschrift is ondertekend door mr. Tennebroek, die geen cassatieadvocaat is. De griffie van de Hoge Raad heeft mr. Tennebroek op 1 juli 2016 bericht dat het verzoekschrift niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad en dat dit verzuim kan worden hersteld doordat binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad van het oorspronkelijke verzoekschrift, een advocaat bij de Hoge Raad een door hem getekend exemplaar van datzelfde verzoekschrift ter griffie indient.

3 Het verzuim is niet hersteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste in art. 426a Rv.

4 De conclusie strekt derhalve tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G