Civiel recht overig
Procesrecht. Verzoek verstekverlening in digitale vorderingsprocedure (KEI). Gevolgen van het niet in acht…
Parket bij de Hoge Raad, 29 september 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1055 · Parket bij de Hoge Raad · 29 september 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/ecli-nl-phr-2017-1055
Zaakgegevens
Op 29 september 2017 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 september 2017
- Datum publicatie
- 13 oktober 2017
- Zaaknummer
- 17/02977
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2017:1055
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Procesrecht. Verzoek verstekverlening in digitale vorderingsprocedure (KEI). Gevolgen van het niet in acht nemen van de tweewekentermijn van art. 112 lid 1 Rv.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 september 2017deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2017:1055
Hoge Raad · 13 oktober 2017
ECLI:NL:HR:2017:2629Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
Zaaknr: 17/02977
Mr. L. Timmerman
Zitting: 29 september 2017
Conclusie inzake:
[eiser]
tegen
[verweerder]
1 Voorgeschiedenis
Met een op 20 juni 2017 bij de Hoge Raad ingediende procesinleiding in cassatie heeft eiser tot cassatie in een vorderingszaak beroep in cassatie ingesteld tegen het tussenarrest van 24 mei 2016 en het eindarrest van 28 maart 2017 van het gerechtshof ’s Hertogenbosch.
Het oproepingsbericht is bij exploot van 28 juli aan de verweerder betekend. In het exploot heeft de deurwaarder de uiterste verschijningsdatum in de procesinleiding gewijzigd van 25 augustus 2017 in 1 september 2017.
Voor verweerder in cassatie heeft zich op of voor 1 september 2017 geen advocaat gesteld. Eiser tot cassatie heeft om verlening van verstek tegen verweerder verzocht. Tot op de dag van deze conclusie heeft zich voor verweerder geen advocaat gesteld.
2 Vraagstelling en antwoord
Het exploot van 28 juli 2017 had op grond van art. 112 lid 1 Rv op of voor 4 juli 2017 betekend moeten zijn. Die fout is door eiser nu niet meer te herstellen. Op grond van art. 120 lid 1 Rv is een dergelijk exploot nietig. Voor zover ik heb kunnen nagaan, heeft de verweerder geen nadeel ondervonden als gevolg van de door eiser gemaakte fout. De verweerder heeft de door de wet vereiste stukken ontvangen. Vervolgens heeft hij overeenkomstig art. 30a lid 3 onder c tenminste vier weken de tijd gehad om in het geding te verschijnen. Kan tegen de verweerder verstek worden verleend?
Ik ben van oordeel dat een redelijke toepassing van art. 120 lid 1 Rv meebrengt dat de verstekverlening in het onderhavige geval mogelijk is. De in dit artikel opgenomen nietigheid heeft hier geen redelijke zin. Van belang is mijns inziens vooral dat de verweerder meer dan vier weken de tijd heeft gehad om in het geding te verschijnen.
3 Conclusie
Ik concludeer tot verstekverlening.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden