Civiel recht overig

Cassatieprocesrecht. Procesinleiding niet langs electronische weg ingediend (art. 30c Rv) en geen advocaat…

Parket bij de Hoge Raad, 21 december 2018

Zaakgegevens

Op 21 december 2018 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over civiel recht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
21 december 2018
Datum publicatie
15 februari 2019
Zaaknummer
18/05121
ECLI
ECLI:NL:PHR:2018:1503
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Cassatieprocesrecht. Procesinleiding niet langs electronische weg ingediend (art. 30c Rv) en geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen (art. 407 lid 3 Rv). Cassatieberoep niet-ontvankelijk.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 14 augustus 2018

    ECLI:NL:GHDHA:2018:1919
  2. Conclusie A-G · 21 december 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2018:1503

  3. Hoge Raad · 15 februari 2019

    ECLI:NL:HR:2019:237

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Conclusie

Zaaknr: 18/05121 Mr. F.F. Langemeijer

Zitting: 21 december 2018 Conclusie (art. 80a RO) inzake:

[eiser]

tegen

Vereniging van Eigenaars Maximiliaanstraat 12B, 12 AI en 12AII

te Rotterdam

1 Procesverloop

1.1

Bij arrest van 14 augustus 2018 (nr. 200.209.845) heeft het gerechtshof Den Haag in hoger beroep de tussen partijen gewezen vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 13 mei 2016 en 11 november 2016 vernietigd. Het gerechtshof heeft – opnieuw recht doende, voor zover hier van belang – eiser tot cassatie, hoofdelijk, veroordeeld tot betaling aan de Vereniging van Eigenaren van € 1.300,75, vermeerderd met wettelijke rente, en het meer of anders gevorderde afgewezen.

1.2

Op 14 november 2018 heeft eiser een beroepschrift, houdende verzoek tot cassatie van genoemd arrest, ingediend ter griffie van de Hoge Raad. Deze procesinleiding was niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Bij brief van 16 november 2018 heeft de griffier van de Hoge Raad eiser erop gewezen dat het verzoek niet is ingediend op de wijze zoals voorgeschreven in art. 407 Rv, te weten door indiening van een procesinleiding via het webportaal van de Hoge Raad door een advocaat bij de Hoge Raad. Aan eiser is een termijn van twee weken verleend om dit vormverzuim te doen herstellen.

1.3

Eiser heeft dit verzuim niet binnen deze termijn hersteld. Bij brief van 29 november 2018, ingekomen per fax op 30 november 2018, heeft hij de Hoge Raad verzocht de termijn voor herstel van dit vormverzuim met zes weken te verlengen. Het verzoek om uitstel is niet ingewilligd, hetgeen blijkt uit een brief van de griffier aan eiser van 3 december 2018.

2 Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1

Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze, te weten door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook voldoet de procesinleiding niet aan de eisen van art. 407 lid 3 Rv, nu daarin niet een advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen die de eisende partij in het geding in cassatie zal vertegenwoordigen. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 407 lid 3 Rv opnieuw in te dienen. Eiser heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om deze verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat hij in zijn beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

3 Conclusie

De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van eiser in zijn cassatieberoep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

plv

Zie onder meer: HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1786.