Insolventierecht

WSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3, aanhef…

Parket bij de Hoge Raad, 10 oktober 2008

Zaakgegevens

Op 10 oktober 2008 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
10 oktober 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
07/13590
ECLI
ECLI:NL:PHR:2008:BD7600
E-mail

Samenvatting

WSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 3, aanhef en onder c en d, (oud) F. (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 10 oktober 2008

    ECLI:NL:HR:2008:BD7600
  2. Conclusie A-G · 10 oktober 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2008:BD7600

Conclusie

Nr. 07/13590

Mr. L. Timmerman

Parket d.d. 11 juli 2008

Conclusie inzake

[Verzoeker 1]

[Verzoekster 2]

(hierna: [verzoeker 1], resp. [verzoekster 2]; hierna gezamenlijk: de schuldenaren)

1. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank, waarin de schuldsanering van echtelieden [verzoeker 1] en [verzoekster 2] werd beëindigd, bekrachtigd. In rov. 2.7 heeft het hof overwogen:

"2.7 Verder is voldoende aannemelijk geworden dat appellanten ook hun informatieverplichting niet naar behoren zijn nagekomen. Naast het feit dat zij, gelet op het vorenstaande, de bewindvoerder geen althans onvoldoende en niet tijdig bewijsstukken van hun sollicitaties hebben doen toekomen, hebben zij haar bovendien onvoldoende geïnformeerd over hun inkomsten en uitgaven, alsmede andere van belang zijnde gegevens. Dat hun situatie, aldus de stelling van appellanten, gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling ongewijzigd is gebleven, doet niet af aan het feit dat zij verplicht zijn eigener beweging informatie aan de bewindvoerder te verstrekken teneinde haar in staat te stellen toezicht te houden op de naleving door appellanten van hun verplichtingen. Bovendien is niet weersproken dat de bewindvoerder meermalen om specifieke informatie heeft verzocht, hetgeen waaraan appellanten geen gevolg hebben gegeven."

2. Deze overweging, die niet met zelfstandige klachten wordt bestreden, kan m.i. het oordeel tot beëindiging zelfstandig dragen.

3. In cassatie wordt wel betoogd (onderdeel 5.10) dat het slagen van de klachten die zijn gericht tegen rov. 2.5 doorwerkt in rov. 2.7. Dit betoog kan ik niet volgen. Rov. 2.5 heeft betrekking op het niet nakomen van de sollicitatieverplichtingen van [verzoeker 1]. Rov. 2.7 ziet op het niet nakomen van de informatieverplichting in het algemeen door zowel [verzoeker 1] als [verzoekster 2]. Volgens het hof zijn de echtelieden niet alleen tekortgeschoten in hun informatieverplichting met betrekking tot de nakoming van hun sollicitatieverplichtingen, maar ook met betrekking tot hun inkomsten en uitgaven, alsmede andere van belang zijnde gegevens. Ook deze (deel)overweging kan het oordeel van het hof zelfstandig dragen.

4. Hieruit volgt dat het cassatieberoep belang ontbeert.

Conclusie

De conclusie strekt tot verwerping.

Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

Advocaat-Generaal