Insolventierecht
WSNP; afgewezen verzoek tot toepassing van schuldsanering (81 RO).
Parket bij de Hoge Raad, 30 januari 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BG5852 · Parket bij de Hoge Raad · 30 januari 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/ecli-nl-phr-2009-bg5852
Zaakgegevens
Op 30 januari 2009 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 januari 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/01829
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Advocaat
- Mr. H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2009:BG5852
Samenvatting
WSNP; afgewezen verzoek tot toepassing van schuldsanering (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 30 januari 2009
ECLI:NL:HR:2009:BG5852Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 januari 2009deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2009:BG5852
Conclusie
Zaaknummer: 08/01829
mr. Wuisman
Parketdatum: 26 november 2008
CONCLUSIE inzake:
[Verzoeker],
verzoeker tot cassatie,
advocaat: Mr. H.J.W. Alt
De onderhavige zaak betreft een schuldsaneringszaak, waarin volstaan kan worden met een verkorte conclusie.
Verzoeker tot cassatie bestrijdt in cassatie het arrest d.d. 24 april 2008 van het hof Arnhem, waarin bekrachtigd wordt het vonnis d.d. 26 februari 2008 van de rechtbank Almelo dat een afwijzing inhoudt van het door verzoeker in cassatie op 16 oktober 2007 bij de rechtbank binnengekomen verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Zowel het hof als de rechtbank geven toepassing aan artikel 288 Fw zoals het sedert 1 januari 2008 luidt. Beiden achten niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker tot cassatie te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaren voorafgaande aan de dag waarop het verzoekschrift, houdende het verzoek om tot de schuldsaneringsregeling te worden toegelaten, bij de rechtbank is ingediend. De in cassatie voorgedragen klachten stoelen alle op het uitgangspunt dat het verzoek beoordeeld had moeten worden naar artikel 288 Fw zoals dat vóór 1 januari 2008 luidde. Dat uitgangspunt is, gelet op HR 26 september 2008, NJ 2008, 522, onjuist. In rov. 3.1 van dit arrest oordeelt de Hoge Raad: "Op de gronden, vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.4 tot en met 2.9 moet worden aangenomen dat de nieuwe bepaling van artikel 288 onmiddellijke werking heeft." Dit betekent dat een rechter die na 1 januari 2008 oordeelt over een verzoek om tot de schuldsaneringsregeling te worden toegelaten, aan artikel 288 Fw, zoals het na 1 januari 2008 luidt, toepassing dient te geven. Zowel de rechtbank als het hof hebben het verzoek van verzoeker tot cassatie na 1 januari 2008 beoordeeld.
Gezien het voorgaande strekt de conclusie tot verwerping van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden