Insolventierecht
(Art. 81 RO). WSNP. Afwijzing verzoek tot uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling omdat…
ECLI:NL:PHR:2011:BQ0712 · Parket bij de Hoge Raad · 10 juni 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/ecli-nl-phr-2011-bq0712
Zaakgegevens
Op 10 juni 2011 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juni 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/04454
- Rechtsgebied
- Civiel recht Insolventierecht
- Advocaat
- mr. P. Garretsen.
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2011:BQ0712
Samenvatting
(Art. 81 RO). WSNP. Afwijzing verzoek tot uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling omdat niet aannemelijk is dat de schuldenaar te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden (als bedoeld in art. 288 lid 1 onder b F.).
Procesgang
Hoge Raad · 10 juni 2011
ECLI:NL:HR:2011:BQ0712Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 juni 2011deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2011:BQ0712
Conclusie
Zaaknummer: 10/04454
mr. Wuisman
Parketdatum: 25 maart 2011
CONCLUSIE inzake:
[Verzoeker]
verzoeker tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
1. Voorgeschiedenis
1.1 Verzoeker tot cassatie heeft samen met haar echtgenoot op 4 maart 2010 bij de rechtbank Amsterdam een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend. Bij vonnis d.d. 1 juni 2010 heeft de rechtbank het verzoek afgewezen. Dit vonnis heeft het hof te Amsterdam, na een tussenarrest d.d. 23 juli 2010((1)), bij arrest van 5 oktober 2010 bekrachtigd.
1.2 Bij een op 13 oktober 2010 en daarmee tijdig bij de griffie van de Hoge Raad ingediend verzoekschrift is verzoeker tot cassatie van het arrest van 5 oktober 2010 van het hof in cassatie gekomen.
2. Bespreking van het cassatieberoep
2.1 Het hof komt tot de bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank na ten aanzien van een drietal schulden van [verzoeker] - (een huurschuld, een schuld aan IBM Finance en een schuld aan Interbank) - geoordeeld te hebben dat zij zijn ontstaan in de periode van vijf jaren voorafgaande aan het indienen van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling en dat niet aannemelijk is gemaakt dat verzoeker tot cassatie te goeder trouw is geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van die schulden (rov 2.3). Hetgeen in het verzoekschrift wordt aangevoerd, raakt deze grondslag voor bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank niet. In het verzoekschrift - zie met name sub 4.3, 4.4 en 4.6 - wordt aangehaakt bij de 'overige schulden', waarvan het hof gewag maakt in de voorlaatste zin van rov. 2.1. Die 'overige schulden' heeft het hof echter niet in aanmerking genomen bij zijn beslissing tot bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank; zie met name de eerste drie volzinnen van rov. 2.3. Dit betekent dat de door het hof voor de bekrachtiging van het vonnis aangehouden grondslag in cassatie onbestreden blijft. Het cassatieberoep kan bijgevolg niet tot cassatie leiden.
3. Conclusie
De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
1. Dit tussenarrest bevindt zich niet in het overgelegde procesdossier en wordt overigens in cassatie ook niet bestreden.