Insolventierecht
Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling en gedwongen…
Parket bij de Hoge Raad, 24 mei 2013
ECLI:NL:PHR:2013:CA1968 · Parket bij de Hoge Raad · 24 mei 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/ecli-nl-phr-2013-ca1968
Zaakgegevens
Op 24 mei 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 mei 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 13/02203
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Advocaat
- mr. P.J.Ph. Dietz de Loos
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2013:CA1968
Samenvatting
Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling en gedwongen schuldregeling; art. 287a, 288 lid 1 aanhef en onder b Fw.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 mei 2013deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2013:CA1968
Hoge Raad · 12 juli 2013
ECLI:NL:HR:2013:CA1968Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Conclusie
Zaaknummer: 13/02203 (WSNP)
mr. Wuisman
Rolzitting: 24 mei 2013
CONCLUSIE inzake:
[verzoekster],
verzoekster tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos
1. Voorgeschiedenis
1.1 Op 24 oktober 2012 heeft verzoekster tot cassatie zich met twee verzoeken tot de rechtbank 's-Gravenhage gewend, te weten primair om twee crediteuren van haar te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling en subsidiair om haar toe te laten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Beide verzoeken heeft de rechtbank in afzonderlijke vonnissen van 14 december 2012 afgewezen. Bij afzonderlijke arresten van 18 april 2013 heeft het hof te 's-Gravenhage beide afwijzingen bekrachtigd. Van ieder arrest is verzoekster tot cassatie tijdig apart in cassatie gekomen. De voorliggende conclusie heeft betrekking op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling. Heden wordt ook geconcludeerd in de zaak die betrekking heeft op de afwijzing van het 'dwangakkoord' (zaaknummer 13/02204).
1.2 De rechtbank heeft het verzoek tot toelating bij vonnis van 14 december 2012 afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was dat verzoekster te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, en voorts omdat onvoldoende aannemelijk was dat zij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Uitgaande van dezelfde twee gronden heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
2. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
2.1 In cassatie wordt alleen de door het hof gebezigde grond dat verzoekster tot cassatie haar goede trouw ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de schulden niet aannemelijk heeft gemaakt bestreden. De andere, de bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank ook zelfstandig dragende grond, inhoudende dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat verzoekster de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven, blijft onbestreden. Dit brengt mee dat, ook indien de eerstgenoemde grond in cassatie terecht zou worden bestreden, het arrest van het hof toch in stand blijft. Anders gezegd, het cassatieberoep treft klaarblijkelijk geen doel en is derhalve niet-ontvankelijk te achten op grond van artikel 80a RO.
3. Conclusie
De conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden