Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Verzet tegen uitdelingslijst. Ontvankelijkheid van schuldenaar…
ECLI:NL:PHR:2015:2223 · Parket bij de Hoge Raad · 30 oktober 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/ecli-nl-phr-2015-2223
Zaakgegevens
Op 30 oktober 2015 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2015
- Datum publicatie
- 9 november 2015
- Zaaknummer
- 15/03915
- Rechtsgebied
- Civiel recht Insolventierecht
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2015:2223
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Verzet tegen uitdelingslijst. Ontvankelijkheid van schuldenaar respectievelijk schuldeiser in verzetprocedure en in cassatie (art. 184 lid 1 en 187 lid 1 Fw).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 oktober 2015deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2015:2223
Hoge Raad · 5 februari 2016
ECLI:NL:HR:2016:202
Conclusie
|
15/03915 |
Mr. L. Timmerman |
|
Zitting 30 oktober 2015 |
|
|
Conclusie inzake: |
|
|
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Tyrenet Midden-Nederland B.V., gevestigd te Heinekerzand, 2. [verzoeker 2], wonende te [woonplaats], (hierna: ‘Tyrenet’ en ‘[verzoeker 2]’) |
|
|
verzoekers tot cassatie, mr. P.J.Ph. Dietz de Loos. |
|
1. [verzoeker 2] heeft bij verzetschrift van 8 mei 2015 verzet aangetekend tegen de op 28 april 2015 in zijn faillissement gedeponeerde uitdelingslijst. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het door [verzoeker 2] ingestelde verzet bij beschikking van 13 augustus 2015 niet-ontvankelijk verklaard.
2. Tyrenet en [verzoeker 2] zijn daartegen tijdig in cassatie gekomen.
3. Tyrenet en [verzoeker 2] voeren aan dat de door de curator goedgekeurde uitdelingslijst informatie bevat die onjuist is. Tyrenet en [verzoeker 2] stellen dat zij belang hebben om daartegen op te komen.
4. [verzoeker 2] heeft aangevoerd ontvankelijk te zijn in zijn cassatieberoep omdat is aangetoond dat diverse schulden onjuist in de uitdelingslijst zijn opgenomen. Door [verzoeker 2] als gefailleerde het recht om op te komen tegen de uitdelingslijst te ontzeggen wordt hem zijn recht op adequate rechtsbescherming onthouden.
5. Op grond van artikel 184 Fw is de mogelijkheid om verzet aan te tekenen tegen de uitdelingslijst voorbehouden aan de schuldeisers. Aangezien [verzoeker 2] geen schuldeiser is in de zin van artikel 184 Fw heeft hij deze mogelijkheid niet. Dat [verzoeker 2] een indirect belang heeft bij de samenstelling van de uitdelingslijst maakt dat niet anders. De rechtbank heeft dan ook op juiste gronden geoordeeld dat het door [verzoeker 2] ingestelde verzet niet-ontvankelijk is. [verzoeker 2] dient daarom eveneens niet-ontvankelijk te worden verklaard in het door hem ingestelde cassatieberoep.
6. Tyrenet betoogt dat zij als schuldeiser op grond van artikel 187 lid 1 Fw, waarin is bepaald dat door iedere schuldeiser beroep in cassatie kan worden ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank, ontvankelijk is in haar cassatieberoep.
7. Artikel 187 lid 1 Fw bepaalt dat tegen een beschikking van de rechtbank met betrekking tot artikel 184 Fw beroep in cassatie openstaat voor zowel de curator als ieder van de schuldeisers. Aangezien Tyrenet als schuldeiser op de uitdelingslijst is vermeld, kan zij in beginsel een cassatieberoep instellen, ook al was zij geen partij in de verzetprocedure. De ratio van die bepaling is dat een schuldeiser door de beslissing in de verzetprocedure alsnog in zijn belang kan zijn getroffen. Daarvan is in dit geval echter geen sprake. De betreffende beschikking waartegen beroep in cassatie is ingesteld betreft de niet-ontvankelijk verklaring van [verzoeker 2]. Tyrenet heeft geen belang om daartegen op te komen en dient daarom eveneens niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G