Personen- en familierecht

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Personen- en familierecht

Parket bij de Hoge Raad, 8 februari 2002

Zaakgegevens

Op 8 februari 2002 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
8 februari 2002
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
R01/094HR
ECLI
ECLI:NL:PHR:2002:AD9050
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 8 februari 2002

    ECLI:NL:HR:2002:AD9050
  2. Conclusie A-G · 8 februari 2002deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2002:AD9050

Conclusie

R 01/094 HR

Parket 21 december 2001

Conclusie mr J. Spier inzake

[De vrouw]

tegen

[De man]

1. Bij beschikking van 22 mei 2001 heeft het Hof Arnhem de man veroordeeld om ten behoeve van der partijen kinderen de in het dictum genoemde bedragen te betalen.

2. Volgens het Hof is de behoefte van de kinderen aan een bijdrage hoger, maar laat de draagkracht van de man niet toe dat hij het desbetreffende bedrag voldoet.

3. De vrouw heeft tijdig cassatieberoep ingesteld. De man is in cassatie niet verschenen.

4. Het middel strekt in de eerste plaats (onder 2.5) ten betoge dat de omstandigheid dat de vrouw geen bijdrage kan leveren aan de kosten van opvoeding en verzorging van de kinderen en dat de man niet hetgeen zij behoeven dient te voldoen "een financieel gat" doet ontstaan. Aldus zou het Hof het recht hebben geschonden althans zijn oordeel ontoereikend hebben gemotiveerd.

5. Voorzover deze klacht al voldoet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv. faalt zij omdat zij berust op een misvatting. In het oog springt dat iemand bezwaarlijk kan worden veroordeeld tot onderhoudsbijdragen die de draagkracht te boven gaan.(1) Zo'n veroordeling zou trouwens geen bijdrage kunnen leveren aan het opvullen van het door mr Garretsen genoemde "financiële gat".

6. De klachten verwoord onder 2.6 en 2.7 voldoen, voorzover al begrijpelijk, niet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv.

Conclusie

Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden,

Advocaat-Generaal

1 Iets anders is dat de rechter bij de bepaling van de draagkracht van bepaalde omstandigheden kan abstraheren (zoals het Hof in casu ook heeft gedaan); zie nader Asser-De Boer I (1998) nr 624 e.v.