Personen- en familierecht

Art. 80a lid 1 RO. Familierecht. Gezag. Verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag; art. 266, 268 BW.

Parket bij de Hoge Raad, 31 mei 2013

Zaakgegevens

Op 31 mei 2013 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
31 mei 2013
Datum publicatie
22 juni 2013
Zaaknummer
13/01197
ECLI
ECLI:NL:PHR:2013:CA3735
E-mail

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. Familierecht. Gezag. Verzoek tot ontheffing van het ouderlijk gezag; art. 266, 268 BW.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 31 mei 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2013:CA3735

  2. Hoge Raad · 12 juli 2013

    ECLI:NL:HR:2013:CA3735

    Conclusie gevolgd

Conclusie

Zaak 13/01197

Mr. P. Vlas

Zitting, 31 mei 2013

Conclusie inzake art. 80a RO:

[de moeder]

(hierna: de moeder),

tegen

De Raad voor de Kinderbescherming

te 's-Gravenhage

(hierna: de Raad)

1. Bij beschikking van 12 december 2012 heeft het hof 's-Gravenhage de beschikking van 11 mei 2012 van de kinderrechter in de rechtbank 's-Gravenhage bekrachtigd, waarbij de moeder is ontheven van het ouderlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] (hierna: de minderjarige). De moeder heeft tegen de beschikking van het hof (tijdig) beroep in cassatie ingesteld.

2. In cassatie voert de moeder één klacht aan, te weten dat het hof haar verzoek om een onafhankelijk deskundige in te schakelen niet heeft gehonoreerd, althans heeft gepasseerd, zonder deugdelijke motivering. De aangevoerde klacht rechtvaardigt geen behandeling in cassatie, omdat de klacht klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. Daartoe geldt het volgende. Het hof heeft bij zijn oordeel onder meer acht geslagen op een brief van de psychiater van de moeder. Het hof heeft geoordeeld dat de moeder onvoldoende inzicht heeft in haar eigen psychische problematiek en niet in staat moet worden geacht om voor de minderjarige een blijvende stabiele opvoedingssituatie te creëren. Het hof heeft voorts overwogen dat gezien de inhoud van deze brief van de psychiater 'een nieuw onderzoek van een onafhankelijk deskundige niet tot een andere beslissing zal leiden, zodat het hof het verzoek van de moeder om tot benoeming van een onafhankelijke deskundige over te gaan zal passeren' (zie rov. 8, slot). Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en niet ondeugdelijk gemotiveerd.

3. De conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G