Strafrecht overig
Wederspannigheid. De originele conclusie is helaas niet meer voorhanden. De tekst van de gepubliceerde…
Parket bij de Hoge Raad, 9 juni 1908
ECLI:NL:PHR:1908:1 · Parket bij de Hoge Raad · 9 juni 1908
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-1908-1
Zaakgegevens
Op 9 juni 1908 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juni 1908
- Datum publicatie
- 21 juni 2024
- Zaaknummer
- 300
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:1908:1
Samenvatting
Wederspannigheid.
De originele conclusie is helaas niet meer voorhanden.
De tekst van de gepubliceerde conclusie is afkomstig uit het Weekblad van het Regt (no. 8726). Deze tekst is verkregen uit de originele conclusie van de Hoge Raad.
De conclusie uit het Weekblad van het Regt is helaas niet volledig: datum uitspraak en afsluiting ontbreken.
Procesgang
Hoge Raad · 9 juni 1908
ECLI:NL:HR:1908:1Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 juni 1908deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:1908:1
Conclusie
Edele Hoog Achtbare Heeren!
Bij het bestreden arrest werd, met verbetering van gronden, in hooger beroep bevestigd een vonnis der Arrond.-Rechtbank te Leeuwarden waarbij aan het te laste gelegde en bewezen verklaarde feit – hierin bestaande dat de requiranten, te zamen met een vierde beklaagde wiens zaak niet aan hooger beroep werd onderworpen, zich gelijktijdig met vereenigde krachten tegen de twee daarbij genoemde ambtenaren van politie, werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner bediening, krachtdadig hebben verzet op de wijze in de dagvaarding omschreven, doch waarbij alleen de door den derden requirant gepleegde gewelddadigheid lichamelijk letsel ten gevolge had, ? werd gegeven de kwalificatie "wederspannigheid gepleegd door vier personen met vereenigde krachten, terwijl het door hen gepleegde misdrijf eenig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad", en daarop waren toegepast de artikelen 180 en 182 Strafr.
Het komt mij voor dat deze kwalificatie niet juist is.
Immers volgens art. 182 wordt, ingeval de wederspannigheid in art. 180 omschreven, door twee of meer personen met vereenigde krachten is gepleegd, ? indien het misdrijf eenig lichamelijk letsel ten gevolge heeft, deze laatste omstandigheid alleen als bezwarend aangemerkt ten aanzien van den schuldige, d.i. van hem wiens eigen daden dit letsel ten gevolge heeft. Voor daden van dezen, zijn, indien het in dat artikel omschreven feit zich voordoet, de overige deelnemers aan de wederspannigheid, op dit punt niet aansprakelijk.
Door de gegeven kwalificatie is dus genoemd art. 182 m.i. geschonden.
Indien de Hooge Raad in mijne meening mocht deelen, dan zal, vermits de bepaling van art. 374 Strafv. m.i. niet van toepassing is op den vierden bij vonnis der Rechtbank voor hetzelfde misdrijf veroordeelde, ? omdat diens zaak niet aan hooger beroep werd onderworpen, 's Raads arrest waarbij 's Hofs uitspraak wordt vernietigd, niet te zijnen aanzien kunnen gelden. (De Raad vergelijke ook de Pinto herz. Wetb. van Strafv. II, bl. 510).
Ik heb daarom de eer te concludeeren dat de Hooge Raad ambtshalve vernietige het bestreden arrest, doch alleen voor zoover daarbij is bevestigd het tegen requiranten gewezen vonnis der Rechtbank ten aanzien der kwalificatie, en te dien aanzien krachtens art. 105 R.O. opnieuw rechtdoende het feit kwalificeere: wederspannigheid gepleegd door vier personen met vereenigde krachten, ? zulks wat den derden requirant betreft, terwijl het door hem gepleegde misdrijf eenig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad, ? met verwerping overigens van het beroep.