Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Parket bij de Hoge Raad, 31 juli 1991

Zaakgegevens

Op 31 juli 1991 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
31 juli 1991
Datum publicatie
21 juni 2024
Zaaknummer
2681
ECLI
ECLI:NL:PHR:1991:40
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 31 juli 1991deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:1991:40

  2. Hoge Raad · 1 oktober 1991

    ECLI:NL:HR:1991:ZC8843

Conclusie

L.D.

Nr. 2681 Besch.

Parket, 31 juli 1991

Mr. Fokkens

Conclusie inzake:

[verdachte]

Edelhoogachtbaar College,

1. Op 1 juni 1990 heeft verzoeker ex 552a Sv een klaagschrift ingediend strekkende tot teruggave van een (Mercedes-Benz) bedrijfsvoertuig.

2. De rechtbank heeft hem daarin niet ontvankelijk verklaard (beschikking, d.d. 10 juli 1990) met als motivering: "Op 4 april 1990 is een klaagschrift ingediend ter griffie van deze rechtbank met daarin het verzoek om teruggave van voornoemd bedrijfsvoertuig. De rechtbank heeft op 29 mei 1990 een beschikking gegeven waarbij het door de [verdachte] gedane beklag ongegrond is verklaard. Op 1 juni 1990 heeft Mr. P.G.J.M. Bovens namens de [verdachte] beroep in cassatie ingesteld tegen de door de rechtbank op 29 mei 1990 gegeven beschikking. De Hoge Raad heeft op dit beroep in cassatie nog geen beslissing gegeven".

3. Middelen van cassatie zijn niet voorgesteld.

4. Ambtshalve zie ik evenmin gronden voor vernietiging. Met Melai's Strafvordering, aantek. 4 op art. 552a Sv, p. 6, meen ik dat - in beginsel - herhaaldelijk klagen over het uitblijven van een last tot teruggave mogelijk is, omdat zich nieuwe ontwikkelingen kunnen voordoen.

5. Een herhaling van het beklag na een ongegrond verklaring zonder dat er sprake is van nieuwe omstandigheden of gronden is mijns inziens echter niet ontvankelijk: anders zou de op het eerste beklag gegeven beslissing in feite zijn onherroepelijk karakter verliezen (Vgl. voor het Burg. Procesrecht, Losbladige Rv, Boek I, titel 1, p. 6e-6g; 124a e.v .; voor een herhaald verzoek om herziening, Strijards, Revisie, p. 154 e.v .; NJ 1984, 494; NJ 1987, 892)

Ik concludeer tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

De stukken kwamen ter griffie van de Hoge Raad binnen op 25 februari 1991.