Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 6 oktober 1998 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
6 oktober 1998
Datum publicatie
5 februari 2026
Zaaknummer
108.640
ECLI
ECLI:NL:PHR:1998:54
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 6 oktober 1998deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:1998:54

  2. Hoge Raad · 24 november 1998

    ECLI:NL:HR:1998:ZD3766

Conclusie

Nr. 108.640

Zitting 6 oktober 1998

Mr Machielse

Conclusie inzake:

[verzoeker]

Edelhoogachtbaar College,

1. Wegens overtreding van art. 19 RVV 1990 is verzoeker bij vonnis van de rechtbank te Breda veroordeeld tot een geldboete van tweehonderdvijftig gulden subsidiair vijf dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie maanden voorwaardelijk.

2. Door of namens verzoeker zijn geen middelen van cassatie voorgesteld.

3. Ambtshalve wil ik het volgende opmerken. De inleidende dagvaarding is op 1 maart 1996 uitgereikt op het adres [a-straat 1] te [plaats] aan iemand die zich op dat adres bevond en zich bereid verklaarde het stuk aan de verdachte door te geven. De behandeling ter terechtzitting van de kantonrechter heeft bij verstek plaatsgehad. Uit de stukken van het geding blijkt niet dat is gecontroleerd of verdachte ten tijde van de betekening wel op dat adres stond ingeschreven. De betekening van de inleidende dagvaarding is nietig.

4. Deze conclusie strekt er toe dat de Hoge Raad het bestreden vonnis zal vernietigen en de inleidende dagvaarding nietig zal verklaren.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

Vgl. HR DD 98.121.