Strafrecht overig

Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig

Parket bij de Hoge Raad, 30 januari 2001

Zaakgegevens

Op 30 januari 2001 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
30 januari 2001
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
00182/00
ECLI
ECLI:NL:PHR:2001:AA9705
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 30 januari 2001

    ECLI:NL:HR:2001:AA9705
  2. Conclusie A-G · 30 januari 2001deze uitspraak

    ECLI:NL:PHR:2001:AA9705

Conclusie

Nr. 00182/00, 00183/00, 00184/00

Mr Machielse

Zitting 28 november 2000

Conclusie inzake:

[Verdachte]

Edelhoogachtbaar College,

De kantonrechter te Rotterdam heeft verdachte op 31 augustus 1998 voor meerdere verkeersovertredingen veroordeeld, maar bepaald dat geen straf of maatregel zal worden toegepast.

Tegen die veroordeling is cassatie ingesteld. Mr D.V.A. Brouwer en mr J.M. Sjöcrona, advocaten te 's-Gravenhage, hebben een schriftuur ingezonden, houdende drie middelen van cassatie. De schriftuur richt zich enkel op het vonnis voor zover dat betrekking heeft op de zaak met nummer 00184/00, welke zaak in feitelijke instantie parketnummer 10.601.872/98 heeft gekregen.

De Hoge Raad zal aan de beoordeling van de middelen niet kunnen toekomen. De cassatieakte meldt immers dat het rechtsmiddel namens verdachte is ingesteld per brief door mr M. Aukema, die - zo blijkt uit de stukken - verdachte als advocaat voor de kantonrechter heeft bijgestaan. Cassatie wordt volgens art.449 Sv e.v. ingesteld door het afleggen van een verklaring, waarvan een akte wordt opgemaakt. Die verklaring moet mondeling worden afgelegd en vereist persoonlijke verschijning van degene die het rechtsmiddel wil aanwenden, behoudens waar de wet een uitzondering biedt. De wet voorziet niet in een uitzondering voor de advocaat die namens zijn cliënt een rechtsmiddel wil aanwenden. Een advocaat kan niet in die hoedanigheid per brief cassatie instellen.(1)

Het cassatieberoep is mitsdien niet ontvankelijk.

Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

1 HR NJ 1985,910; HR NJ 1989,416; HR NJ 1997,93.