Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad, 15 mei 2001
ECLI:NL:PHR:2001:AB1592 · Parket bij de Hoge Raad · 15 mei 2001
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2001-ab1592
Zaakgegevens
Op 15 mei 2001 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 mei 2001
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 01370/99 E
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2001:AB1592
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 15 mei 2001
ECLI:NL:HR:2001:AB1592Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 mei 2001deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2001:AB1592
Conclusie
Mr Jörg
Nr. 01370/99/E
Zitting 20 maart 2001
Conclusie inzake:
[Verzoeker=verdachte]
Edelhoogachtbaar College,
1. Verzoeker is door de economische politierechter in de arrondissementsrechtbank te Haarlem bij vonnis van 2 februari 1999 ter zake van 1. "overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens artikel 10.2, eerste lid van de Wet milieubeheer" veroordeeld tot een geldboete van ƒ 500,- subsidiair tien dagen hechtenis, waarvan ƒ 250,- subsidiair vijf dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
2. Namens verzoeker heeft mr A. van Waarden, advocaat te Haarlem, bij schriftuur drie middelen van cassatie voorgesteld.
3. Aan verzoeker is bij inleidende dagvaarding onder 1 tenlastegelegd dat:
"hij op of omstreeks 25 juni 1997 te Velsen-Zuid, in de gemeente Velsen, langs en/of in de nabijheid van het Zijkanaal B aldaar, al dan niet opzettelijk, zich van afvalstoffen te weten een hoeveelheid huishoudelijk afval en/of plastic zakken inhoudende huishoudelijk afval en/of plastic verpakkingsmateriaal en/of afdekzeilen en/of hout en/of houtresten en/of touwen en/of kabels en/of rubberen slangen en/of electriciteitskabels en/of ijzeren pijpen en/of ijzeren platen en/of ijzeren profielen heeft ontdaan door deze - al dan niet in verpakking - buiten een inrichting op of in de bodem te brengen."
4. Voormeld feit is strafbaar gesteld in art. 10.2, eerste lid, Wet milieubeheer en levert ingevolge art. 1a, aanhef en onder 1°, in verbinding met art. 2, eerste lid, WED een misdrijf op voorzover het feit opzettelijk is begaan en anders een overtreding. De steller van de tenlastelegging heeft door daarin de woorden "al dan niet opzettelijk" op te nemen derhalve primair een misdrijf en subsidiair een overtreding tenlastegelegd. Nu de bestreden uitspraak mede naar aanleiding van een misdrijf is gewezen en krachtens art. 407, eerste lid, Sv hoger beroep slechts tegen een vonnis in zijn geheel openstaat, stond voor verzoeker ingevolge art. 51, eerste lid, WED hoger beroep open en kon ingevolge art. 96, eerste lid, RO geen beroep in cassatie worden ingesteld (vgl. HR 24 juni 1997, DD 97.324).
5. De akte rechtsmiddel houdt in dat op 4 februari 1999 namens verzoeker beroep is ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter voorzover hij daarbij is veroordeeld.(1)
6. Aangezien verzoeker tegen het vonnis van de economische politierechter geacht moet worden het rechtsmiddel te hebben willen aanwenden dat volgens de wet daartegen openstond, moet het ervoor worden gehouden dat verzoeker hoger beroep heeft willen instellen. De namens verzoeker ter griffie van de rechtbank afgelegde verklaring zal dienovereenkomstig moeten worden verstaan.
7. Bij die stand van zaken kunnen de namens verzoeker voorgestelde middelen van cassatie buiten bespreking blijven.
8. Deze conclusie strekt ertoe dat Uw Raad de in de akte rechtsmiddel namens verzoeker afgelegde verklaring aldus zal verstaan dat verzoeker hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de arrondissementsrechtbank te Haarlem van 2 februari 1999 voorzover hij daarbij is veroordeeld en dat de stukken zullen worden verzonden aan de griffier van het gerechtshof te Amsterdam opdat de zaak aldaar door de Economische Kamer in hoger beroep kan worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Hoewel het vonnis als bijkomende beslissingen "vrijspraak van hetgeen meer of anders is telastegelegd dan bewezen is verklaard" vermeldt, leid ik uit de aantekening op de akte rechtsmiddel alsmede uit het feit dat door de raadsman ter zake van feit 2 een avas-verweer is gevoerd, en tenslotte uit de vordering van de officier van justitie (ovar) af dat de economische politierechter deze eis gevolgd heeft.