Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2001:AB3286 · Parket bij de Hoge Raad · 25 september 2001
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2001-ab3286
Zaakgegevens
Op 25 september 2001 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2001
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 03074/00
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2001:AB3286
Procesgang
Hoge Raad · 25 september 2001
ECLI:NL:HR:2001:AB3286Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 september 2001deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2001:AB3286
Conclusie
Mr Jörg
Nr. 03074/00
Zitting 26 juni 2001
Conclusie inzake:
[Verdachte=verzoeker]
Edelhoogachtbaar College,
1. Verzoeker is bij vonnis van 28 januari 1999 van de enkelvoudige appèlkamer van de rechtbank te 's-Hertogenbosch bij verstek veroordeeld tot een boete van f. 660 en een van f. 280 wegens resp. onverzekerd rijden, zonder rijbewijs.
2. Het cassatieberoep is bijtijds en op juiste wijze ingesteld. Een schriftuur houdende middelen van cassatie is niet ingekomen.
3. Ik vermeldde dat het cassatieberoep op juiste wijze is ingesteld, om het contrast te markeren met het hoger beroep, dat niet op juiste wijze is ingesteld, namelijk naar aanleiding van een volmacht, gegeven door de raadsman aan een griffiebeambte. Uw Raad heeft het instellen van rechtmiddel door middel van een dergelijke dubbele volmacht nimmer goedgekeurd, en onlangs nog de achtergronden van deze vaste houding aangegeven (HR 30 januari 2001, NJ 2001, 293 m.nt. JdH). De appèlrechter had het hoger beroep derhalve niet-ontvankelijk behoren te verklaren. Nu dat niet is gebeurd, ga ik voort met mijn volgende opmerkingen.
4. Het dossier is blijkens het daarop geplaatste stempel op 5 september 2000 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Tussen de dag van het instellen van het cassatieberoep (7 juli 1999) en die van de ontvangst der stukken is derhalve een termijn van 14 maanden verstreken. Uw Raad hanteerde ook destijds al voor deze periode een redelijk termijn van 8 maanden (HR 26 januari 1999, NJ 1999, 326). Deze opmerking betreft dus de snelheid waarmee het hoger beroepstraject is afgewerkt.
5. Dan nu mijn tot vernietiging van de beslissing leidende bemerking. Blijkens de akte van uitreiking is de dagvaarding, na tevergeefs te zijn aangeboden op het adres [a-straat 1] (alwaar verzoeker volgens het GBA-overzicht van 7 januari 1999 stond ingeschreven), en na voor afhalen gereed te hebben gelegen op het postkantoor, teruggezonden aan de griffie. Dit alles is in overeenstemming met art. 588, derde lid, sub b, en sub c, eerste en tweede zin. De derde en laatste zin van dat sub-onderdeel vereist echter dat de griffier de gerechtelijke mededeling onverwijld als gewone brief over de post aan het - inmiddels geverifieerde - adres toezendt, alsmede dat hij dit aantekent op de akte van uitreiking.
6. De akte van uitreiking bevat niet de aantekening dat de gerechtelijke brief als gewone brief is verzonden. De gehele rubriek is opvallend oningevuld gebleven.
7. Dit betekent dat de uitreiking van de dagvaarding in hoger beroep niet in overeenstemming met de wet heeft plaats gevonden, dat het vonnis vernietigd behoort te worden, en dat de zaak opnieuw in appèl behandeld moet worden. Aangezien de appèlrechter rechtens tot geen andere beslissing kan komen, dan een niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep, adviseer ik Uw Raad om, wegens proces-economische redenen, zelf de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep uit te spreken.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn hoger beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG