Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
Parket bij de Hoge Raad, 29 januari 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AD5578 · Parket bij de Hoge Raad · 29 januari 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2002-ad5578
Zaakgegevens
Op 29 januari 2002 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 januari 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 03916/00
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2002:AD5578
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 29 januari 2002
ECLI:NL:HR:2002:AD5578Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 januari 2002deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2002:AD5578
Conclusie
Nr. 03916/00
Mr Wortel
Zitting: 6 november 2001
Conclusie inzake:
[Verzoeker=verdachte]
1. Verzoeker is door het Gerechtshof te Arnhem wegens 'handelen in strijd met artikel 14, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd' veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf.
2. In deze zaak zijn door of namens verzoeker geen middelen van cassatie voorgesteld.
3. Ambtshalve vraag ik de aandacht voor de wijze waarop de dagvaarding om te verschijnen ter terechtzitting van het Hof van 14 april 2000, teneinde in hoger beroep terecht te staan, is betekend. Blijkens de aan het dubbel van die dagvaarding gehechte akte van uitreiking is deze op 22 maart 2000 uitgereikt aan de griffier, omdat van verzoeker geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Er blijkt niet dat deze dagvaarding op enig adres is aangeboden of naar enig adres is verzonden.
4. Verzoeker is in hoger beroep niet verschenen en tegen hem is verstek verleend. Blijkens de bestreden uitspraak heeft het Hof vastgesteld dat verzoeker geen bekende woon- of verblijfplaats hier te lande heeft, doch wonende is te [woonplaats], [a-straat 1] etage [...], Bondsrepubliek Duitsland.
5. Indien een verdachte niet als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens, noch van hem een woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is, maar wèl een woon- of verblijfplaats van die verdachte in het buitenland bekend is, dient de dagvaarding of oproeping ingevolge het tweede lid van art. 588 Sv aan dat buitenlandse adres te worden toegezonden, vgl. HR 10 juli 2001, griffienr. 02740/00.
6. Nu niet blijkt dat de dagvaarding in hoger beroep is gezonden naar het in de bestreden uitspraak vermelde adres in de Bondsrepubliek Duitsland, getuigt 's Hofs impliciete oordeel dat de dagvaarding in hoger beroep op geldige wijze is betekend van een onjuiste rechtsopvatting. De bestreden uitspraak kan niet in stand blijven.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter te Almelo is vernietigd, en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,