Strafrecht overig
OM-cassatie. Beklag. Klager is overleden. Nu de wet geen voorziening kent voor de behandeling van een beklag…
ECLI:NL:PHR:2002:AE8803 · Parket bij de Hoge Raad · 26 november 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2002-ae8803
Zaakgegevens
Op 26 november 2002 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 november 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 01050/01 B
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2002:AE8803
Samenvatting
OM-cassatie. Beklag. Klager is overleden. Nu de wet geen voorziening kent voor de behandeling van een beklag ex art. 116.3 Sv of art. 552a e.v. Sv na overlijden van de klager, moet een dergelijk beklag geacht worden door dat overlijden te zijn vervallen.
Procesgang
Hoge Raad · 26 november 2002
ECLI:NL:HR:2002:AE8803Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 november 2002deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2002:AE8803
Conclusie
Nr. 01050/01 B
Mr Fokkens
Parket, 10 september 2002
Conclusie inzake:
[Klager]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage van 17 april 2001 waarbij het beklag strekkende tot teruggave van een aantal prepostalen, de in de bijlage genoemde categorie A nrs 1 t/m 1874 en categorie B nrs 1879 en 1880, 1884 t/m 1888, 1890 en 1891, 1949 t/m 1951, 1953 en 1978, aan klager gegrond is verklaard.
2. De Officier van Justitie heeft een middel van cassatie voorgesteld.
3. Ambtshalve wil ik echter het volgende opmerken. Blijkens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage gewaarmerkt afschrift van een akte van overlijden opgemaakt op 10 oktober 2000 is [klager] op 4 oktober 2000 te 's-Gravenhage overleden. Nu de wet geen voorziening kent voor de behandeling van een beklag ingevolge art. 552a Sv, na overlijden van de klager, moet een dergelijk beklag geacht worden door dat overlijden te zijn vervallen (vgl. HR DD 91.268 en HR 2 maart 1999, nr. 3865 Besch.).
4. Het hiervoor overwogene brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, en dat het middel geen bespreking behoeft.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en zal verstaan dat het beklag is vervallen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv.