Strafrecht overig
Conclusie · Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht overig
ECLI:NL:PHR:2002:ZD2928 · Parket bij de Hoge Raad · 19 maart 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2002-zd2928
Zaakgegevens
Op 19 maart 2002 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 maart 2002
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 01628/00 B
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2002:ZD2928
Procesgang
Hoge Raad · 19 maart 2002
ECLI:NL:HR:2002:ZD2928Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 maart 2002deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2002:ZD2928
Conclusie
Nr. 01628/00 B
Mr Wortel
Zitting: 15 mei 2001
Conclusie inzake:
[Verzoeker=klager]
Edelhoogachtbaar College,
1. Bij beschikking van 13 maart 2000 heeft de Arrondissementsrechtbank te Haarlem aan de rechter-commissaris verlof verleend, als bedoeld in art. 552p tweede lid Sv en met het voorbehoud dat is voorgeschreven in art. 552p, derde lid, Sv, tot het ter beschikking van de officier van justitie stellen van stukken van overtuiging opdat deze overgedragen kunnen worden aan de Duitse autoriteiten.
2. Die stukken zijn naar aanleiding van een verzoek om rechtshulp in beslag genomen ter gelegenheid van huiszoekingen in drie verschillende panden, waaronder een pand waarin de besloten vennootschap [A] BV is gevestigd en in de woning en bedrijfsruimte van verzoeker.
Namens [A] B.V. heeft mr Sjöcrona, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld. Mr Sjöcrona heeft verzocht dat middel aan te merken als mede voorgesteld in het namens verzoeker ingestelde cassatieberoep.
In het namens [A] B.V. ingestelde cassatieberoep, bij de Hoge Raad bekend onder griffienummer 01627/00 B, wordt eveneens heden geconcludeerd.
3. Ambtshalve merk ik het volgende op. Ingevolge het vierde lid van art. 552p Sv is op de behandeling van een verzoek tot het verlenen van het in het tweede lid van art. 552p Sv bedoelde verlof art. 552a Sv van overeenkomstige toepassing. Krachtens het vijfde lid van art. 552a Sv dient de behandeling van dat verzoek in het openbaar plaats te vinden. Laatstbedoeld voorschrift is van zodanig belang dat - behoudens toepassing van het bepaalde in art. 22, tweede en derde lid, Sv - niet naleving daarvan tot nietigheid van de behandeling en de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking dient te leiden, vgl HR DD 95.047 en HR NJ 1996, 620.
4. Uit het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer blijkt niet dat deze in het openbaar heeft plaatsgevonden. Evenmin blijkt daaruit dat toepassing is gegeven aan het bepaalde in art. 22, leden 2 en 3, Sv.
5. Om die reden kan de bestreden beschikking niet in stand blijven.
6. Omtrent het voorgestelde middel heb ik, aldus ten overvloede, in de conclusie in de zaak met griffienummer 01627/00 B nog enkele opmerkingen gemaakt. Ik meen daarnaar - nu namens de belanghebbenden gezamenlijk een middel is ingediend - te mogen verwijzen.
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking met verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere afdoening.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,