Strafrecht overig
Vordering A-G ontbreekt bij de aan de raadsman gezonden stukken. 1. Klacht daarover is geen middel van…
Parket bij de Hoge Raad, 15 juni 2004
ECLI:NL:PHR:2004:AO8819 · Parket bij de Hoge Raad · 15 juni 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2004-ao8819
Zaakgegevens
Op 15 juni 2004 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 juni 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 02287/03
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2004:AO8819
Samenvatting
Vordering A-G ontbreekt bij de aan de raadsman gezonden stukken. 1. Klacht daarover is geen middel van cassatie. 2. Wanneer de administratie van de HR verzuimt om tijdig aan de raadsman afschrift van de kernstukken en andere afzonderlijk gevraagde afschriften toe te sturen, kan de raadsman desverzocht door de rolrechter alsnog een termijn worden gegund om een aanvullend middel in te dienen. Dat geldt ook indien het gaat om een soortgelijk verzuim van de griffier van het gerecht dat de bestreden uitspraak heeft gewezen.
Procesgang
Hoge Raad · 15 juni 2004
ECLI:NL:HR:2004:AO8819Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 juni 2004deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2004:AO8819
Conclusie
Nr. 02287/03
Mr. Vellinga
Zitting: 27 april 2004
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam wegens 1. "diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak" en 2 en 3 subsidiair "opzetheling, meermalen gepleegd" veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf.
2. Namens verdachte heeft mr. J.G.M. Dassen, advocaat te Utrecht, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel behelst de klacht dat het onderzoek ter terechting nietig is nu niet is gebleken dat de Advocaat-Generaal zijn schriftelijke vordering heeft overgelegd.
4. Het middel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Bij de stukken bevindt zich de schriftelijke vordering van de Advocaat-Generaal gedateerd 21 november 2001 waarvan in het proces-verbaal van de zitting van het Hof van dezelfde datum wordt gemeld dat deze is overgelegd.
5. Het middel kan worden afgedaan met de in artikel 81 RO bedoelde motivering.
6. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG