Strafrecht overig
Cassatieschriftuur in ontnemingszaak voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen omdat de daarin vervatte…
Parket bij de Hoge Raad, 9 november 2004
ECLI:NL:PHR:2004:AR2942 · Parket bij de Hoge Raad · 9 november 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2004-ar2942
Zaakgegevens
Op 9 november 2004 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 november 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 01443/03 P
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2004:AR2942
Samenvatting
Cassatieschriftuur in ontnemingszaak voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen omdat de daarin vervatte klachten zich richten tegen de uitspraak in de hoofdzaak en niet tegen het arrest in de onderhavige ontnemingszaak. HR verklaart betrokkene niet-ontvankelijk.
Procesgang
Hoge Raad · 9 november 2004
ECLI:NL:HR:2004:AR2942Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 november 2004deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2004:AR2942
Conclusie
Nr. 01443/03 P
Mr Machielse
Zitting 21 september 2004
Conclusie inzake:
[verdachte=betrokkene]
1. Aan verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij beslissing van 3 februari 2003 de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.438,- subsidiair 45 dagen hechtenis.
2. Namens verdachte heeft mr A.H.P. Swinkels, advocaat te Helmond, beroep in cassatie ingesteld en heeft mr G. Spong, advocaat te Amsterdam, een schriftuur houdende een als middel van cassatie aangeduide klacht ingediend.
3.1 De in de schriftuur aangevoerde klachten hebben alle betrekking op de veroordeling van verzoeker in de hoofdzaak. In de hoofdzaak heeft het hof verzoeker eveneens bij arrest van 3 februari 2003 veroordeeld. Tegen dat arrest is beroep in cassatie ingesteld. Mr Spong heeft ook in die zaak een schriftuur ingediend.
3.2 Als cassatiemiddel kan slechts worden aangemerkt een stellige en duidelijke klacht over de schending van een rechtsregel of een vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De in de schriftuur vermelde klachten zijn niet gericht tegen de bestreden uitspraak maar tegen de uitspraak van de strafrechter in de hoofdzaak. De klachten kunnen dus niet als middel van cassatie gelden. Dat betekent dat verzoeker niet in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen.(1),(2)
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 HR 14 januari 2003, nr. 00016/02P.
2 In geval van vernietiging van het arrest van het hof in de hoofdzaak komt eventueel art. 511i Sv in beeld, vgl. HR NJ 1999, 76 en HR NJ 2001, 552.