Strafrecht overig
Belgisch uitleveringsverzoek strekkende ter tenuitvoerlegging (vervolg op tussenarresten LJN AR5107 en LJN…
ECLI:NL:PHR:2005:AT6200 · Parket bij de Hoge Raad · 24 mei 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/parket-bij-de-hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/ecli-nl-phr-2005-at6200
Zaakgegevens
Op 24 mei 2005 heeft het Parket bij de Hoge Raad een conclusie genomen in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Parket bij de Hoge RaadParket bij de Hoge RaadHet onafhankelijke parket van de procureur-generaal en de advocaten-generaal, die de Hoge Raad adviseren in conclusies.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 mei 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 02438/04 U II
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- ECLI
- ECLI:NL:PHR:2005:AT6200
Samenvatting
Belgisch uitleveringsverzoek strekkende ter tenuitvoerlegging (vervolg op tussenarresten LJN AR5107 en LJN AS2022). Nu het uitleveringsverzoek strekt ter tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf welke is opgelegd aan de opgeëiste persoon, die Nederlands onderdaan is, moet – gelet op het door Nederland gemaakte voorbehoud bij art. 7.1 van de Overeenkomst, opgesteld o.g.v. art. K.3 van het Verdrag betreffende de EU betreffende de uitlevering tussen Lidstaten van de EU – de uitlevering ontoelaatbaar worden verklaard.
Procesgang
Hoge Raad · 24 mei 2005
ECLI:NL:HR:2005:AT6200Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 mei 2005deze uitspraak
ECLI:NL:PHR:2005:AT6200
Conclusie
Nr. 02438/04 U
Mr Jörg
Zitting 12 april 2005
Schriftelijke samenvatting inzake:
[de opgeëiste persoon]
1. De rechtbank te Groningen heeft op 2 juni 2004 de gevraagde uitlevering van de opgeëiste persoon ter fine van vervolging toelaatbaar verklaard.
2. Tegen deze uitspraak heeft de opgeëiste persoon beroep in cassatie ingesteld.
3. Bij tussenarrest van 23 november 2004 heeft de Hoge Raad de vernietiging uitgesproken van de beslissing van de rechtbank te Groningen.
4. Er heeft een feitelijke behandeling plaatsgevonden.
5. Bij tussenarrest van 18 januari 2005 heeft de Hoge Raad het onderzoek ter zitting heropend en de stukken in handen van de Procureur-Generaal gesteld teneinde van de Belgische Minister van Justitie vóór 15 maart 2005 antwoord te krijgen op de volgende vragen:
"a. Is, indien wordt uitgegaan van de hiervoor onder 3.3. vermelde, namens de opgeëiste persoon aangevoerde feiten en omstandigheden, te dezen sprake van een verzoek tot uitlevering dat (alsnog) strekt ten uitvoerlegging van een straf?
b. Zo neen, op grond van welk voorschrift of welke jurisprudentie, met name die van het Belgische Hof van Cassatie, moet dan worden aangenomen dat de in het uitleveringsverzoek bedoelde strafzaak nog verzet openstaat?"
6. Het onder 3.3 in het tussenarrest vermelde betreft het verweer van de verdediging dat opgeëiste persoon bij zijn aanhouding op 15 juli 2003 en bij zijn inbewaringstelling op 16 juli 2003 door de rechter-commissaris in verband met het uitleveringsverzoek in kennis is gesteld van genoemd verstekvonnis en de betekening van dat vonnis alsmede dat de opgeëiste persoon tegen dat vonnis geen verzet als bedoeld in art. 187 van het Belgische Wetboek van Strafvordering heeft gedaan zodat, gelet op de in dat artikel genoemde termijnen, thans voor hem geen verzet meer openstaat en het vonnis onherroepelijk is geworden.
7. Op 6 april 2005 hebben de Belgische autoriteiten per telefax een schriftelijke reactie gestuurd. Hierin staat het volgende te lezen - voor zover relevant -:
"Uit de inhoud van uw brieven () betreffende mijn verzoek tot uitlevering van de Nederlandse onderdaan [de opgeëiste persoon] blijkt dat het verstekvonnis dd. 30 januari 1996 van de correctionele rechtbank te Brussel definitief is geworden zodat het verzoek tot uitlevering thans strekt tot tenuitvoerlegging van een straf."
8. Nu de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft en Nederlanders ingevolge art. 4 Uw niet ter executie van een straf aan een vreemde Staat worden uitgeleverd betekent dit dat uitlevering ter fine van executie niet mogelijk is.
9. Ik concludeer derhalve tot ontoelaatbaarverklaring van het verzoek tot uitlevering.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG